Opvolgers

#onderwijs2032 volgens de Leraren van het Jaar

16 december 2014

Socratische dialogen voeren. Leermotivatie verbeteren. Meer zelfvertrouwen kweken. En een zelfstandig mens worden. Aan díé vier onderwerpen willen de Leraren van het Jaar graag meewerken voor het #onderwijs2032. Sander Dekker nam de suggesties in ontvangst én ging hierover in discussie. Want gaat dat niet ten koste van de basisvaardigheden?

“Een kind dat vandaag voor het eerst naar school gaat, solliciteert in 2032 naar zijn eerste baan. Leert dit kind nú op school wat het dán nodig heeft om een vliegende start te maken?” Dat is de vraag die staatssecretaris Sander Dekker onder de noemer #onderwijs2032 graag beantwoord wil zien. De Leraren van het Jaar 2014 Joke Lorist-Klappe (SO), Marloes van der Meer (MBO), Jasper Rijpma (VO) en Femke Cools (PO) gaven hun antwoorden tijdens hun bezoek aan het Ministerie van OCW op woensdag 3 december.

Leraren-van-het-Jaar-bij-S-2-highres

Vier docenten, vier adviezen

Jasper Rijpma, Leraar van het Jaar voortgezet onderwijs, pleit voor de ontwikkeling van kritisch burgerschap bij kinderen als basis in het onderwijs. Hij stelt daarom voor om op elke school het vak ‘Grote denkers’ te geven. “Het voeren van een socratisch dialoog en naast vragen stellen ook leren luisteren, dat draagt bij aan sociale vaardigheden en kritisch denken.”

Bij Femke Cools, Leraar van het Jaar primair onderwijs, ligt de nadruk op leermotivatie. “Ieder mens moet de nieuwsgierige blik van een vierjarige behouden. Ik zie te veel kinderen die hun intrinsieke motivatie kwijt zijn. Doordat ze worstelen met bijvoorbeeld taal en rekenen, raken hun talenten ondergesneeuwd. We moeten niet verwachten dat kinderen van alles hetzelfde weten, want zo creëren we juist die zesjescultuur. Uiteindelijk belandt iedereen op een plek waar je als kind al talent of een gevoeligheid voor had.”

Ik zie te veel kinderen die hun intrinsieke motivatie kwijt zijn

Werken aan het zelfvertrouwen en minder aan rekenen, dat vindt Marloes van der Meer (Leraar van het Jaar mbo) belangrijk. “Dat zelfvertrouwen is in mijn doelgroep heel laag. Daarom wil ik graag meer aandacht besteden aan weerbaarheid.” Bovendien vindt ze het niveau van taal en rekenen best wel heftig. “Ik heb er zelf ook moeite mee, en dat terwijl ik universiteit en wiskunde op vwo-6-niveau heb gedaan!” Een niveau voor basisvakken begrijpt Marloes, maar niet als dit ten koste gaat van de leerling. “Iemand die slecht kan rekenen en alsnog excelleren in de kinderopvang door zijn zorgzaamheid en inlevingsvermogen.”

Ook Joke Lorist (Leraar van het Jaar speciaal onderwijs) ziet kinderen vastlopen in de basisvakken. “En dat weerhoudt ze van de dingen die ze leuk vinden. Uiteindelijk krijgen ze dan geen diploma, terwijl ze heel veel kunnen.” Ze pleit daarom voor scholen die als missie hebben om leerlingen te helpen een positief en reëel zelfbeeld te krijgen om een zelfstandig mens te worden. “Dat ze weten: dit is wat ik kan, dit is waar ik hulp bij nodig heb, en dit kan ik zelf regelen.”

De basisvaardigheden van Sander Dekker

Staatssecretaris Sander Dekker hoorde de ideeën met interesse aan. Maar, vraagt hij zich af, is het niet zo dat meer aandacht voor de – door de Leraren van het Jaar zo hartstochtelijk bepleite persoonlijke ontwikkeling en reflectie – minder tijd betekent voor talen, rekenen en wiskunde? Ten slotte is er maar een beperkte hoeveelheid tijd en geld. Dekker: “Die basisvaardigheden zijn ooit vastgesteld als minimum van wat je zou moeten weten om te kunnen functioneren in de maatschappij. Ik moest als kind Franse onregelmatige werkwoorden uit mijn hoofd leren. Dat vond ik vreselijk, maar ik ben naderhand blij dat het moest.”

De vier docenten benadrukken dat de overgang niet zo drastisch hoeft, maar vinden wel dat niet iedere leerling bij elk vak op hetzelfde niveau hoeft te presteren. Volgens hen moet je als leerling de mogelijkheid hebben om tegelijkertijd te rekenen op vmbo-niveau en te lezen op havo-niveau. Het woord ‘gepersonaliseerd leren’ valt daarom regelmatig.

Bovendien moet er volgens het viertal een basisniveau komen van sociale vaardigheden en reflectievermogen, want die zijn net zo belangrijk als de andere vakken. Femke: “Je wordt als kind voorbereid op de samenleving en op leven in een democratie. Die samenleving betekent samenwerken en je kunnen inleven in de ander, niet taal en rekenen.’ Jasper: “En dáár ligt een verantwoordelijkheid voor het onderwijs.”

Over de Leraren van het Jaar

De vier Leraren van het Jaar blijven het komende jaar een belangrijke rol spelen bij het ministerie als ambassadeurs van het onderwijs en in de discussie over #onderwijs2032. Jasper Rijpma en Femke Cools leggen bovendien hun standpunten voor vernieuwend onderwijs nog eens haarfijn uit in een video voor het platform #onderwijs 2032.

De leraren van het jaar zijn een jaar lang ambassadeur voor alle 350 duizend leraren in Nederland. Wat willen zij komend jaar bereiken?

Femke Cools:

Ik streef naar meer passie en professionaliteit. Ik wil graag weer het plezier bij leerkrachten naar boven brengen. Daarnaast zouden leraren een meer intrinsieke motivatie moeten hebben om te professionaliseren. Leraren zeggen nu vaak dat ze zich ‘moeten’ professionaliseren. Maar ze moeten niet, het zou fijn zijn als ze zich ‘willen’ professionaliseren.

Jasper Rijpma:

Ik wil tijdens mijn ambassadeurschap het gepersonaliseerd leren meer op de agenda zetten.

Jasper is hier al actief mee bezig op het Hyperion Lyceum in Amsterdam en wil dit breder onder de aandacht brengen.

Joke Lorist:

Ik wil dit jaar graag het mooie van het vak leraar uitstralen.

Marloes van der Meer vindt dat het mbo-onderwijs vaak onderbelicht is:

Ik vind het erg belangrijk dat we meer naar studenten luisteren.

Reacties zijn gesloten.