Interview

‘Ik ben m’n leven lang op school blijven hangen’

Interview met Jan Verweij.

Tekst: Marianne Hermans

Een modern mens reflecteert, zo luidt de stelling van filosofiedocent Jan Verweij. Liefst op het moment dat je echt niet meer weet wat je moet doen, want ja, dan kun je best even nadenken. Een modern mens is zelfredzaam, sociaal en kundig, maar bovenal altijd dronken. Zo modern is die mens dus niet. We moeten ons onophoudelijk bedrinken, stelt Verweij met de dichter Baudelaire, aan wijn, aan poëzie, of aan deugdzaamheid, dat moet je zelf weten. Maar bedrink je.

Als de levende opbrengst van een brede Bildung lardeert Jan Verweij zijn verhaal met verwijzingen naar Plato en Aristoteles, Baudelaire en J.C. Bloem, en de billen van de molenaar. De kunsten, de klassieke oudheid, filosofie en poëzie.  En retoriek, natuurlijk. Als leraar van het jaar (2012-2013) moest Verweij keer op keer zijn visie op goed onderwijs pitchen voor een strenge commissie. Zijn boodschap is een oproep tot reflectie, tot de vorming van persoonlijkheid. Verweij: ‘Wanneer ik tegen mijn leerlingen zeg dat we van de tien hoofdstukken voor het examen er maar negen doen, en het tiende doen we na het examen, vragen ze ‘waarom doen we dat dan nog?’

Net als zoveel andere sectoren is het onderwijs doordrenkt van het nutsdenken. ‘We zijn doorgeslagen in het onderwijzen van toetsbare kennis. Uit de achtergrond van de opeenvolgende ‘leraren van het jaar’ – geschiedenis, filosofie, geschiedenis, filosofie – komt de behoefte aan een ander paradigma naar voren. ‘Er ligt zoveel nadruk op toetsbare kennis, nu mag er eens aandacht komen voor intrinsieke vaardigheden, voor de socialisatie, het worden van een compleet mens.’

Tijdgeest

59 dialoogsessies met meer dan duizend leerlingen, 9032 één-op-één gesprekken, 13.000 online bijdragen en talloze documenten later is het de denktank rondom Onderwijs 2032 gelukt om de tijdgeest te beschrijven. De tijdgeest die te vatten is in een omkering van de uitspraak van dichter J.C. Bloem, volgens Verweij dus: ‘Iedere verandering is een verbetering, zelfs een verslechtering’. ‘Als er één tijd is waarin we kunnen veranderen, dan is het nu. De komende tien jaar gaat bijna de helft van de leraren met pensioen. Dus als je érgens een omslag wilt, kan het nú!’

Wat die omslag dan moet zijn, dat is inmiddels wel duidelijk: ‘Ik vind het een lelijke term, maar het onderwijs moet ontschotten. Haal de schotten weg tussen buiten- en binnenwereld, tussen de afzonderlijke vakken, tussen havo en vwo, ga op een andere manier lesgeven. Een manier die beter aansluit bij het leven zelf, non scholae sed vitae discimus’.

‘Laten we weer echt de diepte ingaan. Méér van het een, betekent onherroepelijk minder van iets anders. Natuurlijk moeten de leerlingen ingevoerd zijn in bepaalde denkwijzen of paradigma’s, maar niet iedereen hoeft de wiskundes A t/m D te begrijpen om wiskundig te kunnen denken. Zoals de hoogleraar Scheikunde vroeger kwam vertellen ‘doe vooral je best bij Engels en Natuurkunde, Scheikunde dat leren wij je wel.

De dingen die voorbijgaan

Het is een achterhaalde gedachte dat je basiskwalificatie het allerbelangrijkste is, dat one size fits all, dat je opgeleid wordt voor een bepaald beroep. Het overgrote deel van de huidige beroepen bestaat straks niet eens meer. Waar leiden we dan voor op? Het gaat erom te ontdekken wat je goed kan, en dat in te zetten in allerlei beroepen, op verschillende manieren. ‘Ik zat vroeger van maandagochtend tot vrijdagavond op school. Nu leren leerlingen op zoveel andere plekken, ze doen er zoveel bij náást school, en ze zijn kritischer en mondiger dan vroeger’.

‘Net als ieder ander uit mijn tijd, heb ik mijn studie netjes afgemaakt, en waarom? Omdat ik ermee begonnen was. Nu stopt 40% van de studenten om een ander vak te kiezen. Is dat erg? Jonge mensen vragen zich voortdurend af ‘waar ben ik mee bezig’, ‘waar ben ik goed in’, ‘wat wil ik met mijn leven’? Ik heb me nooit afgevraagd ‘is dit het wel?’ Toen ik laatst weer aan een leerling vroeg wat hij later wilde worden, zei hij zonder blikken of blozen: Avonturier.

Bedrink je

‘Ik ben m’n leven lang op school blijven hangen. Ik weet nog precies hoe ik me voelde op die leeftijd, hoe ik voor het eerst verliefd werd, op reis ging, de zekerheden die ik had kon afleggen. De wereld ging open. Als leraar zie ik hoe ze binnenkomen als een kind van twaalf en als ze uitvliegen op hun achttiende zijn het jongvolwassenen, mooie mensen die de wereld in gaan. Daar ligt mijn passie.’

Dat is niet helemaal waar, want de ware passie van Verweij ligt op de wielerbaan in Amsterdam. ‘Zo ziet de hemel eruit.’ O ja? Dat je steeds in hetzelfde kringetje rondgaat? ‘Ook op school moet je ieder jaar opnieuw beginnen. Maar je maakt geen bocht, je gaat omhoog, en dan kom je in een soort flow.’

Kader: Jan Verweij is als docent filosofie gekoppeld aan het platform #Onderwijs 2032. Deze denktank, die is opgericht door Sander Dekker (staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap), is gevraagd een advies te schrijven over de vraag welke kennis en vaardigheden leerlingen nodig hebben om volwaardig in onze (toekomstige) samenleving te participeren. 

Reacties zijn gesloten.