Interview Vector / Erno Mijland

Jan Verweij, lid van het Platform Onderwijs 2032

‘Iedere verandering is een verbetering… zelfs een verslechtering’

Hoe kunnen we kinderen die nu naar school gaan, zo goed mogelijk voorbereiden op de samenleving en arbeidsmarkt van 2032? Over die vraag gaat een door staatssecretaris Sander Dekker geïnitieerde, brede maatschappelijke discussie. Docent Jan Verweij luistert, spreekt en denkt mee in een speciaal opgericht platform. Een gesprek…
Het is tijd om een foto te maken. Op de klok van de monumentale toren van het St. Odulphuslyceum in Tilburg, een stenen wachter die uitkijkt over het schoolplein, is het vijf voor twaalf. ‘Symbolisch?’ vraag ik aan docent humaniora, trivium en filosofie Jan Verweij. ‘Er moet wel iets gebeuren in het onderwijs, ja’, luidt het antwoord. ‘Ik sta al 36 jaar voor de klas. In die periode heb ik veel veranderingen voorbij zien komen: nieuwe vakken als CKV, de Tweede Fase, de profielen. Maar veel daarvan is helemaal of deels teruggedraaid. En dan denk ik: mijn leerlingen hebben nog steeds twaalf vakken en drie proefwerkweken per jaar. Eigenlijk is er niets wezenlijks veranderd. Met de grote veranderingen in de samenleving van afgelopen decennia is dat op zijn minst opmerkelijk. Een perfecte gelegenheid om eens terug te gaan naar de basis, naar de vraag: wat willen we met ons onderwijs? Daarbij vind ik langzamerhand: iedere verandering is een verbetering, zelfs een verslechtering.’ Verweij licht toe: ‘Woorden van dichter J.C. Bloem, maar dan omgedraaid.’

Filosoof
Waarom juist hij gekozen is als lid van het platform, vraag ik. ‘Misschien omdat ik in het schooljaar 2012-2013 verkozen ben tot docent van het jaar? Omdat ik naast filosofie ook Nederlands en geschiedenis heb gestudeerd? Omdat ik niet alleen in het voortgezet onderwijs les geef, maar ook op de Tilburg University en in groepen 8 op basisscholen?’ Verweij geeft daar lessen filosofie, het vak waarin hij onlangs promoveerde. Filosoferen staat momenteel weer helemaal in de picture, ziet hij ook: ‘Er wordt weer gedacht. De rol van het onderwijs en de plek die het inneemt in de samenleving, is trouwens een onderwerp dat je uitstekend kunt aanvliegen vanuit filosofische vragen en denkbeelden. Dus, ja, ik voel me prima op mijn plek in deze rol.’

Platform Onderwijs 2032
De andere leden van het pPlatform Onderwijs 2032 zijn:
Renée van Eijk (lerares op Combinatie 70 in Rotterdam)
Martine Visser (rector Christelijke Scholengemeenschap Calvijn in Rotterdam )
Theo Douma (voorzitter College van Bestuur van O2G2 in Groningen)
Geert ten Dam (hoogleraar Onderwijskunde  voorm. voorz. OR)
Ab van der Touw (CEO van Siemens Nederland)
Farid Tabarki (tijdgeestonderzoeker)
Voorzitter is socioloog en hoogleraar aan de Universiteit Utrecht Paul Schnabel.

Tweets
Het project Onderwijs 2032 ging al in november vorig jaar van start. Verweij: ‘17.000 tweets en Facebook-berichten werden in de beginfase gedeeld door iedereen die maar iets wilde zeggen over het onderwerp. De diepgang ontbrak nog, maar deze eerste fase heeft wel een grote betrokkenheid bij de dialoog opgeleverd. De input kwam van alle kanten. Je zou kunnen zeggen dat we 16 miljoen onderwijskundigen in dit land hebben, die allemaal hun hoop en idealen koesteren voor de toekomst. Ik vind het opmerkelijk dat er zoveel ideeën gedeeld worden en echt niet alleen vanuit bepaalde belangengroeperingen.’

Veel lezen
De tweede fase, geleid door het platform, is in februari van start gegaan. ‘Onze taak is om sturing te geven aan het vervolg van de maatschappelijke dialoog over wat leerlingen in de toekomst nodig hebben om optimaal in de samenleving te kunnen functioneren. Vanuit het bureau Onderwijs 2032 ontvangen we wekelijks een pakket materiaal en een wrap up van de ontwikkelingen. Veel lezen dus ook. We komen als platform zo’n tien keer bij elkaar om de verzamelde ideeën uit te wisselen. In het najaar moeten we een verslag opleveren van deze fase. De uitkomsten van de dialoog, internationale vergelijkingen, wetenschappelijke inzichten en de hedendaagse praktijk van het onderwijs vormen samen de input voor het advies dat we overhandigen aan de staatssecretaris. Het advies  vormt de basis en het startpunt voor de volgende fase van de dialoog, de ontwerpfase. In deze fase wordt ook gekeken wordt naar welke wetgeving nodig is om het onderwijs de ruimte te geven om zich verder te ontwikkelen richting 2032.’

Transitie
Het is heerlijk om vrij te kunnen denken over de toekomst van ons onderwijs’, vindt Verweij. ‘Zeker met het perspectief van 2032. Dat jaartal is ver weg genoeg om vrij te kunnen denken, vanuit een ‘tabula rasa’, maar dichtbij genoeg om de urgentie te kunnen zien dat er verandering nodig is in het onderwijs. We weten bijvoorbeeld steeds meer over kennis en leren, onder andere dankzij de neurowetenschappen. Maar die kennis wordt niet per definitie toegepast. De wereld is bovendien snel aan het veranderen, dit is een tijd van transitie, beroepen verdwijnen, we staan voor grote uitdagingen.’ Is dat niet een staaltje chronocentrisme? Mensen hebben altijd het idee dat hún tijd, dé tijd is waarin de geschiedenis een omslagpunt beleeft? ‘Dat is zo. Tegelijkertijd geloof ik echt dat we momenteel grote veranderingen doormaken.’

Hoop en idealen
‘We gaan heel open, zonder verwachtingen de dialoog in’, benadrukt Verweij. ‘Als lid van het platform heb ik enkele keren per maand gesprekken en ben ik aanwezig bij allerlei bijeenkomsten die raakvlakken hebben met het thema. Ik geniet hier erg van: de ene keer zit ik bij een bijeenkomst over hoe we kinderen gelukkiger kunnen maken, de andere keer gaat het over diversiteit of de mondialisering. In de gesprekken is het voor ons belangrijk om door te vragen. Als ik een opmerking hoor als “ze moeten kritisch leren denken”, vind ik dat niet voldoende. Waarom moet dat, hoe ziet dat eruit, wat levert het op?’

Bildung
Het platform heeft de dialoog ingedeeld op drie thema’s: kennis voor leren en werk, maatschappelijke toerusting en persoonsvorming. Verweij: ‘Vooral op die laatste twee krijgen we veel respons. Begrippen als Bildung en ethiek zijn helemaal terug in het debat over onderwijs. Ander onderwerp is de discussie of onderwijs moet reageren op de vraag vanuit het bedrijfsleven en de samenleving of dat we onderwijs juist moeten zien als plek waar jonge mensen voorbereid worden om hún samenleving te vormen. Daarbij gaat het ook om het thema kennis. Welke kennis is belangrijk voor werk in de toekomst? Ik denk dat we daar best uitspraken over zou kunnen doen. We kunnen bijvoorbeeld toch wel stellen dat Engels de lingua franca is geworden en dat dat terug te zien zou moeten zijn in het basis- en voortgezet onderwijs. Wat me tot nu verder opvalt is dat onderwijsgevenden hun werk niet meer zo aan het vak ophangen. Ze kijken breder, thematisch, vakoverstijgend, ook vanuit het pedagogische perspectief.’

Geen blauwdruk
‘Nederland blinkt uit in vrijheid om een school vorm te geven, er is veel diversiteit en dat moeten we koesteren. We gaan dus geen blauwdruk opleveren voor de ideale school. Wel gaan we de opbrengst van de dialoog samenvatten in termen van visie, het wat. Alles staat daarbij nog open, we hebben geen format meegekregen. De komende maanden geldt voor iedereen: kom met je ideeën, we willen zoveel mogelijk horen. Jazeker, juist ook vanuit de scholen en de lerarenopleidingen.’

Meer informatie en ruimte om te reageren: ga naar www.onsonderwijs2032.nl.

Reacties zijn gesloten.