Ingezonden brief De Volkskrant 30/1

Meester zijn over je eigen onderwijs is het mooiste vak dat er is

Wat waren de meest inspirerende lessen uit uw jeugd? Kleine kans dat dit de lessen waren dat u opgaven maakte uit een werkboek, of samenvattingen schreef uit een tekstboek. Grotere kans dat dit de lessen waren waarin de leraar met vuur in de ogen een vlammend betoog hield voor een onderwerp dat hem of haar aan het hart lag. Of waarbij er ogenschijnlijk obscure zijpaden bewandeld werden, die de leerstof verrijkten en verdiepten. Lessen waarbij u geactiveerd werd door een gepassioneerde docent, die vanuit passie en professionaliteit de regie over zijn of haar eigen onderwijs nam.

Afgelopen zaterdag presenteerde Paul Schnabel het advies van de ‘commissie onderwijs2032’ voor de herziening van het curriculum. De commissie pleit voor een gelaagd curriculum; een smalle kern bestaande uit samenhangende leergebieden, burgerschapsvorming en vakoverstijgende (digitale) vaardigheden en veel ruimte op schoolniveau om daar in het ‘vrije deel’ invulling aan te geven. Die invulling kunnen scholen geven op basis van een pedagogisch-didactische visie, een levensbeschouwelijke signatuur, of ook op basis van geografische ligging.

De commissie heeft goed in de gaten dat de leraar een cruciale rol speelt in deze nieuwe curriculumsystematiek. De leraar vormt de onmisbare schakel tussen het geplande curriculum en het gerealiseerde curriculum. Als de leraar louter gezien wordt als uitvoerder van de plannen van anderen en niet als mede-eigenaar van het curriculum, dan dreigt onderwijs2032 een papieren tijger te worden. Dit zien we ook in Schotland, dat eveneens een proces van herijking heeft doorgemaakt, maar waar men de leraar over het hoofd heeft gezien. Om deze reden is het van essentieel belang dat de beroepsgroep in Nederland verantwoordelijkheid krijgt én neemt voor het curriculum.

Het is erg jammer dat enkele reacties op het advies onjuiste vooronderstellingen bevatten. Zo zou ‘kennis niet nodig worden geacht door de commissie’ en zouden de leraren van vandaag ‘geen ontwerpers zijn, maar uitvoerders’. Wij geloven dat curriculumontwikkeling begint in het klaslokaal. We zien om ons heen veel bevlogen collega’s die hiermee bezig zijn. We zien een beroepsgroep die zich wil emanciperen en we geloven dat het curriculum hiervoor een belangrijke sleutel is. We realiseren ons ook dat leraren daar tijd voor nodig hebben. Tijd om onderwijs te kunnen ontwikkelen, om van elkaar te leren, om kennis en ervaringen uit te kunnen wisselen. Veel collega’s kiezen voor het gebruiksgemak dat de methode hen biedt. Gezien de grote werklast en de door velen ervaren hoge werkdruk in het onderwijs valt dit goed te begrijpen. Maar geen leraar heeft voor dit beroep gekozen om slaafs een methode te volgen. Leerlingen worden het gelukkigst van onderwijs dat aansluit bij hun capaciteiten, leerbehoeften en talenten. Hier ligt een prachtige kans voor de beroepsgroep om verantwoordelijkheid te nemen voor de kwaliteit van het onderwijs, door dat onderwijs betekenisvol voor onze leerlingen te ontwerpen in de context van de school.

De vrijheid die het advies ons geeft is geen vrijblijvendheid: het is een oproep fundamenteel en radicaal stil te staan bij wát onderwijs zou moeten zijn, hoe we onze leerlingen leren onderdeel te zijn van de samenleving van nu en van de toekomst en wat daarvoor nodig is. Leraren moeten daar verantwoordelijkheid voor nemen. Leraren willen dat en kunnen dat ook. Dat verdient vertrouwen, ruimte en zeggenschap.

Wij willen graag datgene doen waartoe de commissie oproept, samen met héél veel andere collega’s, met lerarenopleiders, met schoolleiders, met betrokkenen die positief in het onderwijs staan, die durven te ‘ont-stroeven’ en te ‘ont-moeten’ en die de verantwoordelijkheid durven te nemen voor hun eigen onderwijs. Het vertrouwen dat de commissie met haar advies in het onderwijsveld uitspreekt, dient wat ons betreft door het kabinet overgenomen te worden.

Meester zijn over je eigen onderwijs is het mooiste vak dat er is.

Femke Cools, Leraar van het Jaar 2014 (PO)
Montessori Nijmegen

Joke Lorist-Klappe, Leraar van het Jaar 2014 (SO)
De Twijn, Zwolle

Marloes van der Meer, Leraar van het Jaar 2014 (MBO)
ROC Midden Nederland

Jasper Rijpma, Leraar van het Jaar 2014 (VO)
Hyperion Lyceum Amsterdam

Jan Verweij, Leraar van het Jaar 2012 (VO)
St. Odulphuslyceum, Tilburg

Reacties zijn gesloten.