de opmars

Ben jij vorig jaar ouder geworden van een zoontje en heb je hem Noah, James of Dex genoemd? Well done: die drie jongensnamen zijn het meest populair in Tilburg.
Aan kop gaat Noah: 12 baby’s kregen vorig jaar die naam. James kwam 10 keer voor en Dex 9 keer. En de rest?
We zetten de tien populairste jongensnamen in Tilburg voor je op een rij! 

Populairste jongensnamen in Tilburg

    1. Noah (12)
    2. James (10)
    3. Dex (9)
    4. Milan (9)
    5. Luuk (7)
    6. Benjamin (7)
    7. Jan (7)
    8. Jip (7)
    9. Julian (7)
    10. Max (7)

Ingezonden essay

Jaarlijks schrijft de KHMW samen met NRC in april een essaywedstrijd uit over uiteenlopende actuele vraagstukken. In 2019 is het onderwerp: Welke gevolgen kan de ontdekking van buitenaards leven hebben voor de mensheid?

Welke gevolgen
kan de ontdekking van buitenaards leven hebben voor de mensheid?

– een essay geschreven door Jan Verweij –

Er zijn oneliners die voor altijd in ons collectief geheugen gegrift staan: op 14 december 2003 maakte Paul Bremer op een persconferentie in Bagdad de arrestatie van Saddam bekend met de woorden Ladies and gentlemen, we got him. In ons onverwoestbare geloof in de vooruitgang van de wetenschap gaan we er impliciet vanuit dat er ooit een wetenschapper opgewonden in de media zal verschijnen met de mededeling dat we vanaf nu alles, ja álles weten. Het Ladies and gentlemen … zal overal te horen en te zien zijn. Mensen zullen in blijdschap nu de laatste raadsels van ons leven opgelost zijn de straten oprennen, Museumplein en Times Square zullen volstromen, telefoonlijnen overbezet raken en politici zich hees becommentariëren omdat er geen enkele twijfel meer hoeft te bestaan en het pad der zekerheid voor ons open ligt: alle codes gebroken ofwel god voorgoed gevangen genomen. Precies dezelfde woorden die Bremer ooit bezigde, zullen gebruikt worden om het demasqué van de almachtige van weleer te bezegelen: …we got him!
            Of dit sciëntisme ooit bewaarheid zal worden, betwijfel ik toch. Onze trots dat de gekende wereld de afgelopen eeuwen met reuzensprongen is gegroeid en zoveel terrein op de religie heeft gewonnen – sinds eind vorig jaar zijn in ons land de mensen die zichzelf tot een religieuze stroming rekenen, in de minderheid -, zal bij bewijs van buitenaards leven in mijn ogen een nederlaag gaan lijden die zijn weerga niet kent.
Ooit was het anders, ooit was het leven overzichtelijk. Nog minder dan tweeduizend jaar geleden was er een orde gegeven door de goden, was de kosmos statisch en de aarde het middelpunt. Goden verklaarden in mythen alles, soms met verhalen die weliswaar erg onwaarschijnlijk waren, maar ach, wie maalde daarom? Zo was Heracles een buitenechtelijk kind van Zeus; diens vrouw Hera haatte het kind daarom, maar toen Athene het kind bij Hera bracht, wist ze niet wie hij was en gaf hem uit medelijden de borst. Deze nu zoog zo onstuimig dat hij haar pijn deed en zij hem van zich af duwde, waardoor haar melk de ruimte in spoot en de Melkweg ontstond. Kijk, zo’n verhaal geeft duidelijkheid.
Ook toen die orde vervangen werd door het christendom, het Woord nota bene opeens vlees werd en de mens zichzelf tot de kroon der schepping benoemde, bleef het leven nog lang overzichtelijk. De eerste scheuren in onze gepantserde wereldbeschouwing verschenen pas toen negentien eeuwen later de evolutietheorie irritant roet in het eten gooide en de mens weer met zijn beide voeten tussen de dieren op een aarde zette die zelfs niet eens meer in het middelpunt van het zonnestelsel bleek te staan, zoals Copernicus drie eeuwen daarvoor al bewezen had. Vasthouden aan het oude geloof bleek dweilen met de kraan open toen in het begin van de vorige eeuw Hubble ontdekte dat een sterrenwolk genaamd Andromeda zelfs nog buiten de Melkweg moest liggen; het hek was helemaal van de dam toen óók nog eens bleek dat het heelal niet statisch was, maar razendsnel uitdijde.
En wat zou er gebeuren als er nu ook nog eens buitenaards leven blijkt te bestaan, dus niet alleen materie, maar ook leven, een …. nou ja, een soort mister Spock, een E.T. een…..  tja, ik weet niet hoe hij of zij (of het) eruit zal zien en of je überhaupt wel kunt spreken van een hij of zij (of het).
God geve dat Hij zich niet zal laten ontmaskeren….. toegegeven: hij heeft misschien de afgelopen eeuwen niet goed opgelet, Copernicus door de vingers laten glippen, even niet op het mannetje Darwin gepast, dat ventje Hubble aan zijn aandacht laten ontsnappen en ook Hitler, Stalin, Hoessein en Bin Laden ongezien laten binnenglippen, maar Hij zou Hij niet zijn als Hij niet weer de teugels aantrekt en een goddelijk rookgordijn aanlegt met een grandeur zoals Hij ooit Mozes om de tuin leidde, daar bovenop die berg. Anders zie ik het heel somber in. We leven immers in een wereld waarin al miljoenen jaren alles gericht is op ongelijkheid, op overrompelen, op overwinnen en dan op verder overheersen. The survival of the fittest is niet inclusief de mensheid, het omvat ook het individu. De geschiedenis is één lange aaneenschakeling van menselijk leed aangedaan om in de worsteling de bovenliggende partij te willen zijn. Het achterstellen op basis van geslacht, afkomst, seksuele voorkeur of ras is nog onverminderd aan de orde van de dag. De mensheid verbroederde niet, zij individualiseerde zonder tegenkracht op zo’n wijze dat ‘versplinterde’ een betere formulering is. Dankzij onder andere de VN en de EU is er in de vorige eeuw een wankele balans gekomen en is er een dun en broos laagje vernis aangebracht op onze beschaving en leven wij in Nederland nu al vierenzeventig jaar in vrede, iets wat in de onze hele geschiedenis niet eerder voorkwam. Wat zou er dus gebeuren bij het verschijnen van een in veler ogen nieuwe macht aan de horizon, een allesverscheurende offensieve nieuwe opponent? Ik hoor Trump cum suis al snuivend ronken, maar ik wil er eigenlijk niet eens aan dénken.
Zou het eigenlijk mogelijk zijn, zou er werkelijk buitenaards leven kúnnen zijn? Onze zon is er één van de ongeveer honderd miljard sterren in de Melkweg, die weer hoort bij een groep van andere sterrenstelsels en er zijn nu al zo’n honderd miljard verschillende sterrenstelsel bekend. Of tweehonderd, wat maakt het eigenlijk nog uit. Hoe groot is de kans dan dat er ergens leven bestaat? Geen natuurkundige is er nog te vinden die twijfelt aan het bestaan van een buitenaards leven. En natuurlijk komen ze, natúúrlijk. De vraag is niet óf, maar wanneer. En uiteraard niet met de raket van Kuifje of met een Spoetnik of een Apollo 18, maar ze kómen, want er is meer tussen hemel en aarde.
En wat dan? Onze hoop steeds meer te weten, het geheim van het leven te kunnen ontraadselen, het geloof op een zijspoor te kunnen zetten door rationeel en wetenschappelijk, koel en berekenend, ons zo af en toe met sprongen als er weer een Copernicus, Darwin, Hubble of Einstein opstaat in de vaart der volkeren te laten opstuwen, zal ineenstorten als een slecht gebakken pudding. Niet alleen omdat de kenbare wereld opeens gigantisch zal zijn toegenomen, maar omdat iedereen ervan overtuigd zal raken dat die niet meer kenbaar kán zijn: omdat het heelal steeds sneller uitdijt, zullen sterrenstelsels die we nu nog kunnen waarnemen in de nabije toekomst zó ver van ons verwijderd zijn, dat hun licht ons niet zal bereiken, dat we niet meer over een universum kunnen praten, maar wellicht over een multiversum, verborgen achter een voor ons ondoordringbaar gordijn. De moed zal ons in de schoenen zinken: geen trots van verovering of flow van overwinning vanwege al onze ó zo moderne technologieën, maar de witte vlag van overgave zal het symbool van de mensheid worden, wij zullen weer menselijk worden. Nu niet omdat wij de kroon der schepping zijn, niet omdat wij zo rationeel zijn of zogenaamd een vrije wil hebben, niet omdat wij voortdurend van natuur cultuur maken, maar omdat wij geloven. Geloof is het unieke kenmerk van de mens: geen énkel dier aanbidt namelijk. Bouwkunde, strategisch samenwerken, gereedschapsgebruik of empathie vind je nog wel bij dieren, maar het besef van sterfelijkheid en de kiem van twijfel over wat er achter de horizon ligt, is voorbehouden aan de mens. Geloof zal een nieuwe zekerheid bieden, namelijk dat we niet heer en meester zijn, dat de door ons gekende wereld ó zo klein is, en bescheidenheid, mildheid en de ‘zaligheid van de armen van geest’ zullen weer over ons neerdalen. Gemoedsrust door berusting. God heeft ons gewoon 14 miljard jaar maar wat laten aanrommelen (onverschillig of meedogenloos, kies maar) en nu we dénken dat we zelf bijna god zijn geworden, worden we weer eventjes op ons nummer gezet (welk nummer dat zal zijn, weet ik niet – nee, zeker geen rugnummer 14 -, het is er denk ik een met vele cijfers, met miljarden waarschijnlijk).
En wat dan? Schets ik een positieve ontwikkeling, heeft het geloof ons de afgelopen eeuwen uiteindelijk wel voordeel gebracht? Het antwoord op deze vraag lijkt afhankelijk van de vraag of het geloof er is vanwege een aanname van het bestaan van god, er is vanwege een evolutionaire voordeel of er is vanwege ons erkennen dat we niet alles kúnnen verklaren. Als we ervan uitgaan dat Hij-van-hierboven bestaat, is de vraag naar enig nut van geloof een absurde vraag. Als we ervan uitgaan dat het geloof ons evolutionair voordeel heeft gebracht omdat het ons compassie heeft aangeleerd en daarmee een liefde voor de naaste waardoor we in gemeenschappen gingen leven (wat evolutionair voordeel opleverde omdat het zorgde voor vreedzame beschavingen), gaan we denk ik toch wel een beetje te snel voorbij aan de verschrikkingen die in naam van het geloof óók nog dagelijks aangericht worden. Maar het erkennen dat we niet alles weten, dat er zaken zijn die we niet alleen niet weten maar ook niet kúnnen weten, dat het onkenbare, het onverklaarbare en het ondoordringbare meedogenloos aan het licht is gekomen, zal in mijn ogen de grootste winst zijn: de wereld zal zich weer eensgezind wenden tot de Onnoembare. Daarmee zullen de kunsten overigens ook weer floreren, muziek, literatuur en architectuur gaan nieuwe hoogtepunten kennen, tot alle uitingen daarvan onherroepelijk weer tot afsplitsingen zullen leiden (want veel zal de mensheid niet geleerd hebben). Maar dat is van later zorg, net als de vraag of de institutionalisering positief is. Al in vroeger tijden lag in Delphi de macht niet zozeer bij het orakel als wel bij de priesters, en dat is dan meteen het grote gevaar: de kerk. Laat in godsnaam dus de kerk zijn handen thuis houden, en ik bedoel dat niet alleen cynisch letterlijk, maar vooral figuurlijk: het geloof is te mooi om over te laten aan een kerk en zijn gezagsdragers. Laat overgave, deemoed en niet-weten vrij en onbekommerd weer de wereld heroveren en ieder naar eigen goeddunken dit beleven.
Mijn stelling is dan ook dat we bij het bewijs van buitenaards leven – ik stel voor dat (?) dan prompt de naam Amen te geven – de uitspraak Ladies and gentlemen, we got him nauwkeuriger te formuleren en één woordje aan deze oneliner ter verduidelijking toe te voegen: Ladies and gentlemen, we got Him … back!

 Jan Verweij,
1777 woorden.

 

Geachte heer Verweij,
Hartelijk dank voor uw inzending voor de essayprijsvraag van NRC en KHMW.U wordt eind augustus geïnformeerd over de uitslag. De prijsuitreiking, tevens debatavond, is op maandag 14 oktober a.s. om 20.00 uur in Pakhuis de Zwijger in Amsterdam, waar alle inzenders van harte welkom zijn.

gedicht van Ilja Pfeijffer over Baudet

Sonnet van de rattenvangers

Nostalgisch zwelgende idiotie
op vleugels van verwaande vanitas
en inspiratie uit het borrelglas
steeg zwalkend op uit de baudetterie

en heel het land greep naar de bokshandschoenen.
Baudet stond voor de spiegel en hij beeldde
zich in hoe hij zijn naakte lichaam streelde.
Hij zou zichzelf van zelfzucht willen zoenen. 

Wie van dit baudettisme wakkerschrok,
had minstens twintig jaren zitten slapen.
De rattenvangers van het ongenoegen
vormden een plaag die door Europa trok
met tegendraadsheid als voornaamste wapen
en die vooreerst vooral elkaar verjoegen.

Leeratelier

Uitnodiging en programma inspiratiedagen leerateliers 15 en 22 januari 2019

09.00 uur Inloop en Koffie
09.15 uur Wie zijn onze leerlingen en hoe leren ze?
10.15 uur Een uitwisseling van opbrengsten atelier Noordoost

Pauze

11.45 uur Bespreking van de opbrengsten o.l.v. Femke Geijsel

Lunchpauze

14.00 uur Identiteitsontwikkeling o.l.v. Jan Verweij
Hoe verhouden onze eigen opvattingen en idealen rond
goed onderwijs zich tot de verwachtingen die anderen
binnen de school hebben en hoe gaan we ermee om als
het “schuurt?”

16.00 uur afsluiting

Seminar

Seminar for Educators from The Netherlands

Dec.28th 2018 – Jan. 6th 2019

Friday, 28.

12.2018 Arrival in Israel
11:40 Arrival at Ben-Gurion Airport on HV5801
Transfer to Jerusalem Gold Hotel, 94383 Jerusalem
14:00 Anticipated Check-In Time at Hotel

Saturday, 29.

12.2018 Excursion I – Jerusalem
09:30-16:00 The Old City of Jerusalem
Tour Guide: Ben Lev Kadesh

Sunday, 30.

Introduction to Yad Vashem: Educational Concept and the
Historical Museum
09:00-11:00 Welcome and Introduction in the Seminar
What are the expectations of the seminar?
Daniel Rozenga, Yad Vashem

11:00-11:30 Coffee Break + Group Photo

11:30-13:00 Lecture: The Educational Concept of Yad Vashem
Part 1: Remembrance and Education in Israel and Yad Vashem
Dr. Noa Mkayton, Yad Vashem

13:00-13:45 Lunch Break

13:45-15:00 Film and Discussion: From Where Shall My Help Come?
Daniel Rozenga, Yad Vashem

15:00-17:00 Guided Tour: The Historical Museum of Yad Vashem
Daniel Rozenga, Yad Vashem

Monday, 31.

16:00-16:30 Coffee Break

16:30-18:00 Lecture: The current political situation in the Middle East
Dr. Gil Yaron, Journalist

Wednesday, 02.

09:00-11:00 Workshop followed by a presentation: A Calendar for Life. Teaching material based on authentic documents about the fate of the Dutch Herschel family (for Junior High School students).
Yad Vashem Educational Concept of Teaching the Holocaust Age-Appropriately
Daniel Rozenga, Yad Vashem

11:00-11:30 Coffee Break

11:30-13:00 Workshop: Participants work with Yad Vashem’s Educational Materials and create their individual lesson plan
Daniel Rozenga, Yad Vashem

13:00-14:00 Lunch Break

14:00-14:30 Introduction to the meeting with a Holocaust survivor
Daniel Rozenga, Yad Vashem

14:30-16:30 Meeting with Survivor: Daniel Gold

16:30-17:00 Coffee Break

17:00-17:30 Evaluation of the Meeting with the Survivor
Daniel Rozenga, Yad Vashem

Thursday, 03

09:00-10:30 Lecture: Super-Images of the Holocaust: The Migration of Holocaust Images in Popular Cinema and Television
Dr. Tobias Ebbrecht-Hartmann, Hebrew University Jerusalem

10:30-11:00 Coffee Break

11:00-12:30 Presentation: Cartoonist and Lecturer Michel Kichka about his Graphic Novel: “Second Generation – Things I Never Told to my Father”

12:30-14:00 Lunch Break + Individual Visit of the different Yad Vashem Facilities

14:00-15:30 Workshop: Contemporary Antisemitism
Yoni Berrous, Yad Vashem

15:30-16:00 Coffee Break

16:00-17:30 Guided Tour of the Yad Vashem Campus: Collective Shoah Remembrance in Israel Jonathan Matthews, Yad Vashem

18:15-20:15 Farewell Dinner in Restaurant Luciana, Mamilla, Jerusalem

Friday, 04.

09:00-10:30 Lecture: Hunting down Nazi War Criminals.
Dr. Efraim Zuroff, Simon Wiesenthal Center, Jerusalem

10:30-10:45 Coffee Break

10:45-11:30 Closure of the Seminar: Feedback and Discussion about Future Prospects
Daniel Rozenga, Yad Vashem

11:40 Lunchbox, Return to Hotel (or join the excursion to Tel Aviv)

11:45 Excursion to Tel Aviv and Yafo

Dinner in Tel Aviv
Tour Guide: Anat Groysman

Saturday, 05.

09:30-17:30 Masada and the Dead Sea in the Judean Desert
Tour Guide: Yonathan Weiss

Sunday, 06.

09:00 Departure from the Hotel to Ben-Gurion Airport

13:05 Flight to Amsterdam, HV5802

artikel MESO

Artikel geschreven voor het onderwijsblad MESO:

Onderwijs en Vernieuwing: twee overzijden die elkaar schijnen te vermijden
Jan Verweij, docent filosofie, voormalig lid onderwijs2032

De geoefende poëzie-lezer herkent in de titel enige regels van het gedicht van Martinus Nijhoff.
In onderstaande betoogt Jan Verweij dat er een nieuwe brug nodig is om onderwijs en vernieuwing weer buren te laten worden.

Stelt u zich eens voor: een tijdreiziger uit de 19e eeuw, zeg 1850, landt met een uiterst ingenieus apparaat in onze tijd in een willekeurige stad. Hoe futuristisch zijn tijdmachine voor zijn tijd ook is, hij zal ongetwijfeld zijn ogen uitkijken naar alle vernieuwingen van de laatste decennia, sterker nog: hij zal totaal, maar dan ook totaal ontheemd om zich heen blijven staren, verstard bij het zien van al die onbegrijpelijke innovaties. Waren de trage en geleidelijke ontwikkelingen in de eeuwen vóór zijn tijd nog redelijk bij te houden en te overzien, sindsdien heeft de wereld een complete metamorfose ondergaan. Enigszins tot rust en bedaren gekomen zal hij wat gaan wandelen, zich verbazen en verwonderen tot er opeens, ja opeens een gulle glimlach op zijn gezicht zal verschijnen, want één maatschappelijk instituut dat hij opmerkt, herkent hij onmiddellijk: de school!

Zestig jaar geleden ging ik voor het eerst naar school, ik was vier jaar oud. De kleuterschool heette dat toen nog. Juffrouw Roos was mijn eerste liefde. We zaten in drie rijen, de klas kende 32 leerlingen; jaren later kregen we 15 vakken, hadden we drie proefwerkweken per jaar, moest ik één keer een heel jaar overdoen omdat ik twee of drie vakken niet voldoende beheerste, en werd het hoogtepunt van het jaar de buitenlandse reis.
Ik ben (toch) het onderwijs ingegaan en ik geef nog steeds enthousiast les aan …. 32 leerlingen in 3 rijen, die 15 (dezelfde) vakken krijgen, die nog steeds een heel jaar moeten overdoen als ze …etc etc.

Die twee gegevens zijn op zich al frappant, nóg frappanter is het dat collega’s in het veld klagen over de vele en de snelle veranderingen in het onderwijs. ‘Laat het onderwijs eens met rust’ is de tekst op menige grafsteen van álle vruchteloze pogingen tot onderwijsvernieuwing. Met vele uitroeptekens erachter. En in kapitalen.
Het onderwijs dat zich – in mijn ogen – niet zó zou moeten inrichten dat het leerlingen opleidt om naadloos de maatschappij in te schuiven, maar juist leerlingen dient op te leiden om een nieuwe maatschappij te creëren, gedraagt zich hopeloos conservatief. Heine zei het naar verluidt al: als de wereld vergaat, vlucht dan naar Nederland, want daar gebeurt alles 50 jaar later. Ik ben benieuwd hoeveel tijd hij in zijn advies zou geven als hij naar het onderwijs had gekeken.

Bij de start van onderwijs2032 in 2015 voelden we ons gesterkt door talloze ontwikkelingen die ons het momentum aangaven: de Wetenschappelijk Raad voor het Regeringsbeleid adviseerde indertijd al met klem dat er snel aandacht voor vaardigheden moest komen, uitkomsten van discussies naar aanleiding van Het Alternatief pleitten unaniem voor meer verdieping met meer horizontale integratie, de SLO ageerde fel tegen methodeslavernij en de Onderwijsraad hamerde op een radicale curriculumvernieuwing. Het momentum was daar, aan de horizon gloorde de bereidheid een fundamentele discussie aan te gaan. Het jaartal 2032 namen we niet alleen veiligheidshalve op als stip aan de horizon, leerlingen die in het jaar van start van onderwijs2032 geboren werden, gaan immers dán hun eindexamen doen.
We gingen voortvarend aan de slag. We spraken met meer dan tienduizend leraren (we kennen immers in Nederland 16 miljoen bondscoaches, we gingen er vanuit dat er net zoveel onderwijsdeskundigen rondlopen), we liepen deuren van raden, organisaties en overkoepelende instituten plat; we studeerden, lieten ons leiden door deskundigen, betrokken leerlingen erbij door adviesvangers op te leiden, we publiceerden regelmatig over de voortgang en we kwamen uiteindelijk tot een afrondend advies. Ja, de vuilspuiterij die twitter heet, liep af en toe roodgloeiend aan, de naam van de voorzitter (Paul Schnabel) werd verbasterd totdat de ó zo ludieke naam Schnabeltjeskrant het leven zag en de BON zaagde onvermoeibaar door aan alle stoel- en tafelpoten. Maar geen nood: op vleugels van het momentum weet u nog wel?

We kwamen zo tot een advies, ik herhaal de punten hier maar niet uitgebreid – ze zijn genoegzaam bekend omdat ze zo sober zijn (onder andere aandacht voor méér persoonsvorming naast de kwalificatie en de socialisatie, een vaste basis genaamd kerncurriculum met Nederlands, Engels, rekenvaardigheid (inclusief wiskunde), digitale geletterdheid en burgerschap als verplichte onderdelen,  drie leerdomeinen (Mens & Maatschappij, Natuur & Technologie, Taal & Cultuur), een grotere rol voor Engels in het basisonderwijs en aandacht voor zowel meetbare als ‘merkbare’ leeropbrengsten)-, maar ik licht er ééntje uit omdat die zo exemplarisch is voor wat er verder gebeurde. We adviseerden de vakken Frans en Duits af te schaffen als verplichte vakken. Let wel: als verplichte vakken (geen gymnasium zal het (terecht) in zijn hoofd halen de vakken te schrappen, geen vervolgonderwijs in het oosten van het land zal Duits verwijderen, maar waarom toch voor iedereen – ook voor allochtonen voor wie die vakken onoverkomelijke hindernissen zijn – deze vakken nog verplicht stellen?).
De vakgroep Duits was het met ons eens. Wat betreft Frans.
De vakgroep Frans was het met ons eens. Wat betreft Duits.
Naarmate we verder en verder kwamen en voorzichtige conclusies presenteerden, schoven de achterste rijen leraren die met de armen over elkaar mopperden dat hun nog niets gevraagd was, langzaam op naar voren. Tweehonderdvijftigduizend werknemers in het onderwijs: we kwamen er achter dat we ze nooit zouden kunnen bereiken. Lubach koos het advies uit als schietschijf op de zondagavond en het momentum begon langzaam te verschuiven naar de einder; een journalist in De Correspondent kwam zelfs met de complottheorie dat alles allang bekokstoofd was en onderwijs2032 slechts een smoesje was: architect (lees SLO en het ministerie) en metselaar zouden één zijn! Elvis schijnt ook nog ergens te leven.
Wat was er toch gebeurd?

In mijn lessen filosofie leg ik mijn leerlingen het prisoner’s dilemma uit: het verschijnsel dat niemand meteen kiest voor het objectieve goede, maar eerder voor het subjectieve betere. Vele, ja bijna alle maatschappelijke problemen zijn het gevolg van deze houding, van het klimaatprobleem en de overbevissing van de zeeën tot onze fileproblemen. Meestal leg ik het dilemma uit met behulp van de bezette ligstoelen in de resorts: ’s ochtends om half 9 bestormen vaders het zwembad om voor de hele dag 4, 5 of 6 stoelen te claimen (want anderen doen dat immers ook!).
Ik heb sinds ik aan onderwijs2032 meewerkte een nieuw voorbeeld: het onderwijs.

Zolang democratisch gevraagd wordt aan leraren hoe en wat, bewaakt ieder het eigen territorium; zolang eigenaarschap over de lessen gezien wordt als eigenaarschap over het onderwijs, zal er niets, helemaal niets veranderen.
Schaar ik me met deze opmerking bij de groep cynici die helaas ook in het onderwijs (spaarzaam) te vinden is? Welnee, zeker niet.

Als vakdidacticus vraag ik mijn studenten te dromen onder het motto van Loesje ‘bedenk het eens wél zo gek’. Geen student komt op een onderwijs zoals we dat nu kennen. Als leraar vraag ik collega’s wel eens te dromen en te wensen: niemand komt uit op de huidige situatie, zelfs in de verste verte niet! Overeenstemming is er wel, zolang de ander (lees: een ander vak) er niet beter van wordt.

Deze patstelling dient doorbroken te worden. Nu de onderwijscoöperatie is begraven (ik weet: juist deze organisatie trok het plan noodgedwongen terug), is Alexander Rinnooy Kan druk bezig een nieuwe opzet te maken zodat de beroepsgroep eindelijk weer een vertegenwoordiging heeft die aanspreekbaar is (en ook iets zinnigs kan en mag zeggen over kwaliteitsbewaking) en dán…., ja dan zal blijken dat onderwijs2032 rimpels heeft veroorzaakt en dat curriculum.nu een golfbeweging in gang zet: 150 inspirerende leraren van 84 scholen zijn immers bezig met een concrete uitwerking van het curriculum! Maar eerst is een vertegenwoordiging met gezag nodig, een platform van de beroepsgroep van, voor en door ons allen (ja, die formulering van onderwijscoöperatie blijf ik toch maar even gebruiken).

De onmacht van ons docenten iets te doen aan het lerarentekort – om maar eens een ander probleem bij de horens te vatten (welke beroepsgroep staat toe dat er soms wel 30% van het werk verricht wordt door onbevoegden?) – is een teken aan de wand: wij hebben geen zorg voor het onderwijs, wij hebben allemaal als gevangene zorg, véél te veel zorg en aandacht voor ons eigen vak, we willen het betere zonder het goede na te streven: zolang wij dat niet inzien, kan de tijdreiziger van 2018 rustig nog een kopje koffie gaan drinken: maakt niet uit wanneer hij gaat (en komt).

Tot die tijd geef ik vrolijk en vooral enthousiast les aan tweeëndertig leerlingen, in drie rijen, met drie proefwerken, krijgen ze 15 losse vakken en moeten ze als ze twee of drie vakken …… nee, dat is toch weer een te cynische afsluiting, daarvoor ben ik te blij ooit het onderwijs in te zijn gegaan, daarvoor houd ik veel te veel van het onderwijs, zelfs méér dan van mijn eigen vak (tenminste, dat probeer ik).

 

PRIMA ONDERWIJS

Voor het magazine Prima Onderwijs het volgende geschreven:

Jan Verweij is docent Humaniora – Filosofie

‘Mijn voornemen: meer pluimen en minder rode pennen!
Na 40 jaar onderwijs neem ik me eindelijk voor af te stappen van al die malle toetsen. Kijk naar een gemiddelde 3 vwo leerling die 15 (!) vakken heeft, van 15 docenten die allemaal vinden dat ze aan het einde van het jaar minstens 10x getoetst moeten hebben. Bereken dan eens hoeveel dagen zij les hebben (37 weken van 5 dagen) en je ziet meteen dat het bijna iedere dag prijs is.
Nu het eindexamen nog….weg ermee! In geen enkele opleiding is er een centrale afsluiting die weken en weken aan lestijd kost, die gebaseerd is op wantrouwen of op een vermoeden van onkunde. Inderdaad: weg ermee. The tail is wagging the dog – een goede vertaling in de vorm van een gezegde ken ik niet – maar dat het eindexamen de inhoud van de inhoud stuurt in plaats van andersom, lijkt me wel duidelijk. En als er dan toch wordt getoetst? Dan ben ik voor pluimen en tégen de rode pennen. Hier in de personeelskamer zie ik nog vaak genoeg collega’s strepen met dat agressieve rood.
ER MOET STRENGER BELOOND WORDEN!
Ik ben het met Loesje eens.’

symposium 22/11/18

Professioneel statuut
Het beroep van leraar is sinds 1 augustus 2017 door de Wet beroep leraar wettelijk beschermd. Deze wet beoogt de positie van de leraar in de school en de kwaliteit van het lerarenberoep te versterken. De wet is van toepassing op het basisonderwijs, voortgezet onderwijs, speciaal onderwijs en middelbaar beroepsonderwijs. 
Een belangrijk onderdeel van de wet is het professioneel statuut dat door de leraren en het schoolbestuur samen moet worden opgesteld. In het professioneel statuut worden afspraken gemaakt over het respecteren van de professionele ruimte van de leraar. Vanaf 1 augustus 2018 dienen schoolbesturen aan te tonen dat er een professioneel statuut is opgesteld met afspraken over de vakinhoudelijke, vakdidactische en pedagogische zeggenschap van de leraren. Dit zal ook gecontroleerd worden door de Inspectie. 
Deze professionele ruimte moet wel passen binnen het onderwijskundig beleid van de school. Hoe daarmee om te gaan? Hoeveel of hoe weinig zeggenschap is er voor de leraar? Wat is de toegevoegde waarde van het professioneel statuut? En wat als leraren en school er samen niet uitkomen?
 
Ruim baan voor leraren
Hoe kunnen aanpassingen in de opleidings- en arbeidsstructuur van leraren bijdragen aan voldoende en goede leraren? In antwoord op deze vraag van de Tweede Kamer kwam de Onderwijsraad op 7 november 2018 met het advies Ruim baan voor leraren. Een nieuw perspectief op het leraarschap.
De raad pleit voor een nieuwe kijk op het leraarschap, die leidt tot een ingrijpende herziening van de opleidings- en arbeidsstructuur. De raad stelt een model voor waarin leraren zich, bovenop een brede basisbevoegdheid, kunnen bekwamen in bepaalde vakken en specialisaties voor diverse onderwijssectoren. Dat zou tijdens de lerarenopleiding én later tijdens de loopbaan kunnen gebeuren. Meer mogelijkheden tot mobiliteit zorgen volgens de raad voor een aantrekkelijker beroep en bieden daarnaast meer mogelijkheden om lerarentekorten beter aan te pakken.
 
Kennissessie
Op donderdag 22 november 2018 organiseren wij een kennissessie om samen met u en enkele inspirerende sprekers van gedachten te wisselen over het professioneel statuut. De sprekers laten hun licht schijnen op het professioneel statuut, bekeken vanuit de bestuurder/schoolleider, de leraar en de onderwijsjurist.
 
 
Locatie
Onderwijshotel De Rooi Pannen
Kaakstraat 1

5623 AD Eindhoven

Programma
13.30 uur Inloop 
13.50 uur Welkomstwoord 
Nicole Niessen 
14.00 uur 1
e spreker Dave Ensberg 
14:25 uur 2
e spreker Jan Verweij 
14.50 uur 3e spreker Rob van den Nouweland

15:15 uur Pauze 

15:30 uur Gedachtenwisseling met Paul Zoontjens

16:10 uur Afsluiting door Nicole Niessen 

16:15 uur Einde met netwerkborrel tot 17:00 uur