nieuw plan 1

Cursus Oudgrieks

Een Oudgriekse tekst lezen is dichterbij dan u misschien denkt. Door een gedegen aanpak en een hoog tempo kunt u dat niveau bereiken via deze cursus.

Doelgroep
De cursus Oudgrieks is voor iedereen die voor zijn studie Oudgrieks nodig heeft en/of die serieus interesse heeft in Oudgrieks.

Inhoud
Na een korte inleiding op het Oudgriekse schrift en de uitspraak van het Oudgrieks besteden we tijdens elke les aandacht aan grammatica van het klassieke Attische Grieks. Cursisten maken oefeningen en verwerven een elementaire Griekse woordenschat door het leren van woordenlijsten. Na ongeveer twee maanden begint u met het vertalen van eenvoudige korte teksten; in de loop van de cursus nemen de teksten in lengte en moeilijkheidsgraad toe.

Data en tijden
De cursus Oudgrieks bestaat uit 24 bijeenkomsten van 2 lesuren per week. De 24 bijeenkomsten zijn opgesplitst in twee delen van 12 weken. Naast de lesuren moet u rekening houden met minimaal 4 uur zelfstudie per week.

Oudgrieks, deel I: Maandagavond van 18.00 tot 20.00 uur (Start: 6 oktober 2014).
Oudgrieks, deel II: Data worden nader bekendgemaakt.

Docenten 
Janric van Rookhuijzen
Ronald Blankenborg

Materiaal
Mouseion. Cursus Grieks voor beginners. Nederlands, paperback, derde druk 2013 (eerste druk 2008) (T. Mekking & H. Oranje) 342 pagina’s, V.U. uitgeverij. ISBN: 978 90 865 92302.

Studiepunten
10 ECTS (indien van toepassing), equivalent van 250 studiebelastingsuren (sbu’s). De studiepunten worden verzilverd door het secretariaat van GLTC.

Kosten (exclusief lesmateriaal)
Regulier tarief: € 660,-
Studententarief: € 330,-

Medewerkers van de RU en het Radboudumc krijgen een korting van 10% op het reguliere tarief.

 

The unstoppable

Hoe verontwaardigd kun je zijn als een brief niet geplaatst wordt (ondanks toezegging) en juist een bijdrage die mééheult, wel in de krant verschijnt.
Zó verontwaardigd dat je het nóg een keer probeert:

Het ongeldig redeneren van Aleid blootgelegd.
Vorige week zaterdag hield Aleid Truijens onder de titel ‘De leraren raken op: rigide ingreep is nodig’ een pleidooi voor het mogelijk maken de educatieve master even uit te stellen. De aanleiding is helaas het ópraken van de leraren, beter: het opraken van de universitair geschoolde leraren.  Dé aangedragen oplossing voor dit probleem zou nu gezocht moeten worden in het mogelijk maken de educatieve master later te volgen.
Om dit plan kracht bij te zetten, plaatste de VK afgelopen vrijdag een opinie stuk van Martijn van Dijk onder de weinig subtiele titel ‘Lerarenopleiding doodt alle talent en motivatie’.
Het plan van Aleid is m.i. rampzalig en vooral weinig doordacht. Dat studenten de lerarenopleiding niet hoog waarderen, ja zelfs saai vinden, is nog geen argument om die maar helemaal te laten overslaan.
Van alle studenten die aan een lerarenopleiding beginnen, stopt een kwart vrij snel; van de overgeblevenen stopt weer een kwart binnen drie jaar op school. Wat Aleid blijkbaar niet weet, is dat dat laatste kwart voornamelijk voorkomt bij juist diegenen die helemaal géén educatieve master hebben gedaan, maar zij-instromer zijn, in het onderwijs gehaald zijn omdat ze native speaker zijn of bijvoorbeeld al tijdens de opleiding weggeplukt worden omdat het water rectoren tot aan de lippen staat. Juist degenen die wél een didactische bagage hebben, die weten hoe ze een klas kunnen boeien, hoe ze een proefwerk moeten maken, hoe ze verschillende leerstijlen kunnen inzetten e.d, juist zij halen het vierde jaar, zo wijzen verschillende onderzoeken weinig verrassend uit. Vandaar ook de wens van de overheid dat bevoegdheid aan de bekwaamheid voorafgaat.
De wens ook dit kwart binnen te houden is voor vele opleidingen de aanleiding een ander plan tot uitvoer te brengen: bovenschoolse inductie-programma’s voor de startende docenten. Het met elkaar bespreken van problemen waar zij tegenaan lopen, het overzien van de vele mogelijkheden binnen het onderwijs (en niet alleen van die op hun eigen school) , het aangereikt krijgen van allerlei handvatten van ervaren docenten: dat alles houdt de startende leraar op de been in de eerste jaren. Het uitstellen van de educatieve master laat hem of haar al mank de klas komen binnen strompelen.
Naar analogie van Aleid’s redenering zou men evengoed het volgende kunnen beweren: er is teveel uitval, het vak Frans vindt de meerderheid niet leuk (en kijk eens: we hebben nog een leerling gevonden die dit óók zegt), dus stoppen we hier maar mee: dat zal de uitval wel beperken!
Inderdaad: onzinnig.

dr. Jan Verweij,
Lerarenopleider UvT.

Programma pre-gymnasium

Het programma voor de leerlingen van groep 8 die een gymnasiale opleiding overwegen, is als volgt samengesteld
(middelste kolom elke keer voor mijn rekening):

Programma pre-gymnasium
Groepen A – B – C

Oktober
Wo 29             Rondleiding                            Jeugdliteratuur                      Duits

November
Wo 05             Science                                   Latijn                                     Duits
Wo 12             Science                                   Latijn                                     Camb En
Wo 26             Filosofie                                  Logica                                    Aardr

December
Wo 10             Frans                                      Latijn                                      Aardr
Wo 17                                                —        Verrassing       —

Januari
Wo 07             eerste klassers vertellen        Mythologie                             Kunst
Wo 14             Leefstijl                                  Grieks                                     Kunst
Wo 21             Cambridge Engels                  Grieks                                    Kunst
Wo 28                                                 —        gymnasium clinic       —

Februari
Wo 11             Scheikunde                             Logica                                     Wiskunde
Wo 25             Scheikunde                             Olympische spelen                 Filosofie

 Groepen D – E – F

 Oktober
Wo 29             Rondleiding                            Jeugdliteratuur                      Scheikunde

November
Wo 05             Cambridge Engels                  Latijn                                      Scheikunde
Wo 12             Leefstijl                                   Latijn                                       Kunst
Wo 26             Frans                                      Logica                                     Kunst

December
Wo 10             Wiskunde                               Latijn                                       Kunst
Wo 17                                                —        Verrassing      —

Januari
Wo 07             eerste klassers vertellen        Mythologie                             Filosofie
Wo 14             Duits                                       Grieks                                     Science
Wo 21             Duits                                       Grieks                                     Science
Wo 28                                                —        gymnasium clinic    —

Februari
Wo 11             Aardr                                    Logica                                      Filosofie
Wo 25             Aardr                            Olympische Spelen                Cambridge Engels

Ingezonden brief De Volkskrant 20 okt.

vklogodef

 

 

 

 

Een Delta-plan voor het onderwijs.

Afgelopen zaterdag hield Aleid Truijens onder de titel ‘De leraren raken op: rigide ingreep is nodig’ een pleidooi voor het mogelijk maken de educatieve master even uit te stellen. De aanleiding is helaas inderdaad het ópraken van de leraren, beter: het opraken van de universitair geschoolde leraren.  Bij de klassieke talen voltrekt zich al jaren een ramp: de gymnasia zitten te springen om bevoegde classici. Latijn en Grieks werden eeuwen lang ten onrechte de dode talen genoemd, in de 21e eeuw zijn ze nu echt ten dode opgeschreven: sic gloria mundi transit.
Ook bij Frans, Engels, wiskunde, economie, Nederlands en natuurkunde worden de tekorten nijpend. In sommige streken van ons land wordt zelfs 30% van de lesuren onbevoegd gegeven. Niemand zou een ziekenhuis vertrouwen waar 30% van de ingrepen door onbevoegden zou worden verricht, maar in het onderwijs slikken we de jarenlange bezuinigingen en zitten onze kinderen nu op de blaren.
Toch kiezen er jaarlijks vele jonge mensen om in het onderwijs te gaan werken! Talloze onderzoeken laten echter zien dat een kwart tijdens de opleiding al afhaakt, nog eens een kwart trekt tijdens de eerste 3 jaren van hun loopbaan de stekker eruit.  Tel uit je winst als nog maar ongeveer de helft van de jonge aanwas  overblijft.
Het plan van Aleid is nu om de educatieve master eventueel láter te laten volgen, een plan waarmee we het broodnodige paard achter de wagen spannen. Het  kwart dat afhaakt in de eerste 3 jaren komt voornamelijk voor bij juist diegenen die helemaal géén educatieve master hebben gedaan, maar zij-instromer zijn, in het onderwijs gehaald zijn omdat ze native speaker zijn of bijvoorbeeld al tijdens de opleiding weggeplukt worden omdat het water rectoren tot aan de lippen staat. Juist degenen die wél een didactische bagage hebben, die weten hoe ze een klas kunnen boeien, hoe ze een proefwerk moeten maken, hoe ze verschillende leerstijlen kunnen inzetten e.d, juist zij halen het vierde jaar, zo wijzen verschillende onderzoeken weinig verrassend uit. Vandaar ook de wens van de overheid dat bevoegdheid aan de bekwaamheid voorafgaat (en de wens het lerarenregister een kans te geven!).
Naast het aanbieden van een educatieve master hebben verschillende lerarenopleidingen, soms in samenwerking met de OnderwijsCoöperatie, inductie-programma’s opgesteld.
Ouderen onder ons – ik geef al 36 jaar met veel plezier les – herinneren zich het inductie-programma dat jarenlang vigerend was: de rector kwam op de eerste dag om 10 voor half 9 langs, overhandigde je de sleutel van de klas, vertelde je waar het kopieerapparaat was en wenste je succes. Ja, je mocht altijd, ja heus áltijd bij hem langkomen als het niet ging…
In mei volgde dan het gesprek of je een vaste aanstelling kon krijgen. Met hem…
Het eerste jaar heb ik – gewapend met een ervaring van 7 (!) uren lesgeven en het dubbele aantal uren observeren achter in de klas – alle avonden en weekenden achter mijn bureau zwoegend doorgebracht om de 29 uren les per week  door te komen. Uren nadat ik in een lokaal had lesgegeven, daalden namelijk de proppen nog nat van jolijt langzaam van het plafond.
Bovenschoolse inductie-programma’s nu voorzien in behoeften van startende docenten. Het met elkaar bespreken van problemen waar zij tegenaan lopen, het overzien van de vele mogelijkheden binnen het onderwijs (en niet alleen van die op hun eigen school) , het aangereikt krijgen van allerlei handvatten van ervaren docenten (van andere scholen, zodat er nooit een afhankelijkheidsrelatie is): dat alles houdt de startende leraar op de been in de eerste jaren. Het uitstellen van de educatieve master laat hem of haar al mank binnen komen strompelen.
En het Delta-plan voor het onderwijs?
Ik weet het ook niet, misschien hebben we dat helemaal niet nodig als we zorgvuldiger omgaan met onze startende talenten: eerst bevoegd en dan bekwaam.

dr. Jan Verweij,
Leraar-van-het-jaar VO 2012-13,
leraar St.Odulphuslyceum  Tilburg

 

interview NOT 2015

Hoe kun je jezelf nog beter professionaliseren?

In 2012 werd Jan Verweij van het Sint-Odulphuslyceum in Tilburg Leraar van het Jaar in het voorgezet onderwijs. Een mooie titel, waarmee hij direct een inspiratie vormde voor andere (jonge) leraren. Wat zijn voor hem speerpunten in het onderwijs? En hoe kun jij jezelf als young professional nog beter professionaliseren? Jan geeft enkele tips.

Tekst: Tefke van Dijk

 

Een goede leraar blijft een leven lang leerling

“Een goede leraar is natuurlijk bevoegd en hij kan goed samenwerken. In een lerende gemeenschap geldt dat je moet leren echter niet alleen voor de leerlingen, maar ook voor jezelf. Niet zozeer om meer te weten of meer te kunnen, maar om te ervaren hoe het leren verloopt. Zorg er daarom voor dat je altijd blijft leren. Ik bedoel dan niet bijscholing, dat is geestelijke kauwgum. En ook niet alleen in je eigen vak maar kies iets anders. Wanneer heb jij voor het laatst iets volstrekt nieuws geleerd? Hoe is het om dingen niet meteen te snappen? Het gaat erom dat je weet hoe het is om leerling te zijn. Ik heb zelf mijn hele leven doorgeleerd, ik heb drie doctoralen gehaald en ben gepromoveerd. Tegelijkertijd snap ik erg weinig van computers. Dan hoor ik mezelf zeggen dat ik het niet snap. Je blijft een leven lang leren, zo is het.”

 

Reflecteer en geef feedback, je bent geen koning in je eigen koninkrijk.

“Om te professionaliseren is reflecteren op je dagelijks functioneren heel belangrijk. Dat kan met feedback van je collega’s maar eigen reflectie is minstens zo belangrijk. Als ik jou vraag wat je niet zo goed kunt, dan moet je daar niet lang over hoeven nadenken. Je moet altijd beter willen zijn dan een ander, inclusief jezelf. Ik zit 27 jaar in het onderwijs, ik weet dat ik goed kan lesgeven maar het kan altijd beter. Een leerkracht zei eens: ‘My home is my castle, my school is my palace’. Van dat idee moeten we echt af. School is geen vesting, het moet een transparante en open omgeving zijn waarin je van elkaar leert. Ik vind het heel normaal als iemand komt meekijken bij mijn lessen. Maar eerlijk toegegeven, daarin schiet ik ook tekort.”

 

Schep een band met de leerlingen, dat verhoogt de kwaliteit

“Onderwijs onderscheidt zich van elke andere vorm van werken doordat de kwaliteit van het product afhankelijk is van de consument. Een emmer van de Blokker is voor iedereen hetzelfde. Dat geldt niet voor jouw lessen. Als je iets uitlegt aan iemand met wie je een band hebt, is de kwaliteit hoger. Je hoeft geen populaire of leuke leraar zijn, maar je moet de leerling zíen. Zijn naam kennen en interesse tonen. Je wilt als leerling gezien worden. Kennisoverdracht gaat beter als er een band is. Bouw daarom altijd een band op met je leerlingen.”

 

interview NOT 2015

LerarenKamer en Leraren met Lef bieden startende leraren hulp op NOT 2015

‘Leren van en met elkaar brengt je als leraar verder’

‘Wat is er mooier dan leren van en met elkaar? Daarmee brengen we onszelf als beroepsgroep verder en kunnen we vooral ook startende leraren een hart onder de riem steken’, vindt Leraar van het Jaar 2012 en lid van de LerarenKamer Jan Verweij. Zowel de LerarenKamer als het netwerk Leraren met Lef bieden startende leraren inspiratiesessies, begeleidingsprogramma’s en handvatten. Vanzelfsprekend zijn beide netwerkorganisaties present op de NOT 2015, de grootste onderwijsvakbeurs voor professionals in het PO, VO en MBO. Tijdens de NOT, die van 27 tot en met 31 januari 2015 plaatsvindt in de Jaarbeurs in Utrecht, vinden speciale inspiratiesessies voor startende leraren plaats en vertellen Jan Verweij van de LerarenKamer en Renée van Eijk van Leraren met Lef wat hun organisaties doen om startende leraren van en met elkaar te laten leren.

In de LerarenKamer zetten alle voormalige Leraren van het Jaar zich gezamenlijk in voor hun beroepsgroep. Jan Verweij, docent Filosofie en Humaniora (Latijn, Grieks, filosofie, mythologie etc) aan het St-Odulphuslyceum in Tilburg, is een van hen. Met pijn in het hart ziet Verweij nogal wat leraren, niet lang nadat ze gestart zijn, de handdoek in de ring gooien. “We vinden dat we als voormalig Leraren van het Jaar een rol kunnen spelen bij het ‘binnenhouden’ van deze leraren door het bieden van betere begeleiding”, zegt de bevlogen Verweij. “Een goede begeleiding binnen de eigen school is noodzakelijk, maar minstens zo belangrijk is de bovenschoolse begeleiding. We noemen dat de ‘inductie in het onderwijs’: een introductie- en begeleidingsprogramma binnen het onderwijs in de breedte.”

Ervaringen uitwisselen
Vergrijzing van de beroepsgroep leraren zorgt ervoor dat het aantal vacatures dat ontstaat groter is dan de nieuwe generatie kan invullen. En dat ondanks het feit dat er minder kinderen in de schoolgaande leeftijd zijn. Het is dus van het grootste belang dat degenen die voor het onderwijs gekozen hebben, daar ook voor behouden blijven.
Op verzoek van minister Bussemaker ontwikkelde de LerarenKamer een introductie- en begeleidingsprogramma voor startende leraren. Het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap financiert het project. Verweij: “We willen beginnende leraren in contact brengen met vakgenoten van andere scholen. Mijn eerste jaar was een ramp. De proppen papier vlogen me om de oren. Wat had ik het prettig gevonden als ik dit soort dingen had kunnen delen met leraren die ook net begonnen waren. Mijn naaste collega’s vertelde ik niets. Dan zou ik me erg kwetsbaar opstellen en kon ik die vaste aanstelling wel vergeten. Maar niet alleen over orde houden had ik met anderen willen praten. Ik had in die beginjaren grote behoefte om veel ervaringen uit te wisselen met andere startende leraren en te leren van vakgenoten die al jaren voor de klas stonden.”

Wegenwacht
Ons inductieprogramma richt zich op leraren die maximaal drie jaar voor de klas staan”, licht Verweij toe. “We bewandelen vier wegen. Leden van de LerarenKamer trekken het land in en vertellen op scholen en tijdens bijeenkomsten hun gepassioneerde verhaal waarom het vak van leraar een geweldig beroep is. Ook bieden we studenten van lerarenopleidingen en startende leraren meeloopdagen aan bij ervaren leraren. Ze krijgen een waarheidsgetrouw programma, zodat ze werkelijk ervaren wat het leraarschap inhoudt. Daarnaast hebben we een soort Wegenwacht in het leven geroepen, in de vorm van trajectbegeleiding. Startende leraren kunnen bij de LerarenKamer terecht met al hun vragen. Onze leraren kunnen bijvoorbeeld vertellen hoe zij het klassenmanagement doen. En kunnen we een vraag niet beantwoorden, dan brengen we de betreffende leraar in contact met een vakgenoot die dat wel kan. Tot slot organiseren we Startersdagen. Dat zijn inspiratiedagen, waarbij leraren elkaar vertellen over hun passie, ze delen ervaringen en gaan met elkaar in gesprek over alle onderwerpen die het leraarsvak aangaan.”

Lerarenregister
“Wat geldt voor startende leraren, geldt eigenlijk ook voor leraren met jarenlange ervaring”, stelt Verweij. “Als LerarenKamer zijn we groot voorstander van ‘Leven lang leren’, Daarom vinden we het Lerarenregister ook zo belangrijk. Daarmee kwalificeer en valideer je alle bij- en nascholing. Het maakt een einde aan flutcursussen. Het niveau van de bij- en nascholing, en dus van de leraren, gaat omhoog, waardoor het aanzien van het beroep stijgt. Het Lerarenregister geeft houvast bij de professionaliseringsslag die we voor ogen hebben. Leraren die weigeren zich te laten bijscholen krijgen problemen. En terecht. Wij zijn een van de laatste beroepsgroepen die dit niet goed hadden geregeld. Je gaat toch ook niet naar een arts die zijn vak niet bijhoudt?”

Trots
Renée van Eijk, voorzitter van Leraren met Lef, was op een haartje na Leraar van het Jaar 2014 in de categorie basisonderwijs. Van Eijk geeft les aan groep 4 van Combinatie 70 in Rotterdam. Van Eijk, begin 30, staat zelf alweer negen jaar voor de klas. Sinds dit jaar is ze voorzitter van Leraren met Lef, een netwerk van enthousiaste leraren ontstaan vanuit een LinkedIn-groep. Ook Leraren met Lef krijgt ondersteuning van het ministerie van OCW. Leraren met Lef is een ambitieuze stichting. “Het is ons streven om zoveel mogelijk leraren zoveel mogelijk voldoening uit hun vak te laten halen”, aldus Van Eijk. “We willen trots kunnen zijn op ons vak en het aanzien daarvan verhogen.” Jaarlijks organiseert Leraren met Lef een landelijke manifestatie en tal van regionale manifestaties. Het bestuur bestaat uit leraren van po, vo en mbo. Van Eijk: “Onze leden staan voor de klas of hebben een nauwe relatie met het onderwijs. Verbinding staat centraal. We willen leraren met elkaar in contact brengen, zodat ze kunnen leren van en met elkaar. We binden gelijkgestemden die positief naar hun vak kijken. Als een leraar met lef ergens kritiek op heeft, dan kijkt hij of zij altijd welke bijdrage geleverd kan worden om datgene waar kritiek op is te verbeteren.”

Laagdrempelig en hulpvaardig
“Als er één beroepsgroep belangrijk is voor de toekomst, dan zijn het wel leraren”, stelt Van Eijk. “Tenminste, als we het goed doen.” Leraren met Lef wil in haar netwerk leraren gelegenheid bieden zich professioneel verder te ontwikkelen. “Als startende leraar is het belangrijk dat je goed weet bij wie je op jouw school terechtkunt”, weet Van Eijk uit ervaring. “Het is vooral aan scholen om startende leraren zich in een warm bad te laten voelen. Dat kan bestaan uit collega’s die regelmatig vragen hoe je dag was. Ervaren collega’s, waarbij je altijd terecht kunt als je ergens mee zit of ergens niet uitkomt. Heel laagdrempelig en hulpvaardig. Ik heb op mijn pabo-opleiding bijvoorbeeld helemaal niet kunnen oefenen met het houden van rapport- en oudergesprekken. Ook had ik nog nooit een groepsplan gemaakt. Daar heb ik flink wat hulp bij nodig gehad van mijn ervaren collega’s. Ik vind eigenlijk dat een leraar die een stagiair begeleidt, deze leraar in spe bij al dit soort werkzaamheden zou moeten betrekken. Ik denk dat veel mensen in de eerste jaren afbranden, omdat ze onderschatten wat er naast het lesgeven in de klas allemaal bij het leraarschap komt kijken. Die werkzaamheden kunnen veel druk veroorzaken. Leraren met Lef gaat hierover in gesprek met de pabo’s.”

Vlammetje
Naast die begeleiding binnen school wil Leraren met Lef tijdens haar netwerkbijeenkomsten aanmoedigen dat (startende) leraren ervaringen delen en actiever het heft in eigen handen nemen om het onderwijs te verbeteren. Van Eijk: “We inventariseren wat er in het land gebeurt. We zoeken contact met schoolleiders. Inmiddels is er ook een club ‘Directeuren met Lef’ opgestaan. We kijken waar we elkaar kunnen versterken. Na de afgelopen bijeenkomst kreeg ik van een collega het bericht: ‘Jullie hebben mijn vlammetje weer aangewakkerd’. En dat is nou precies onze bedoeling.”

Tekst: Brigitte Bloem

P.S.

Een addendum:

In mijn proefschrift schrift KANT-TEKENING VAN EEN HORREARIUS schrijf ik over een pentekening ”Den Zedelijke en zinnelijk mensch” van J. Smies. Naar nu blijkt is er nóg een tekening van Smies die de opkomst van het kantianisme schetst! In het prentenkabinet van het Rijksmuseum is sinds kort opgenomen ”Apodictische Waaren, een allegorie op de filosofie van Kant”:

smies4

onder nummer  RP-T-1897-A-3489

We zien een apotheek getiteld ”Het Wapen van Koningsbergen” waar het een drukte van belang is; als uithangbord heeft men gekozen voor ”Apodictische Waaren te koop”, op de muur staat ‘Magazyn van Aestetische Weezens”, op de kasten zien we schappen met opschriften als ”autonomie”, ”reflecterende oordeelskragt” en ”donderstille geraasmakende ideën”, daaronder een skelet van een mens dat uit elkaar gehaald wordt en in elkaar gezet wordt,  terwijl op de toonbank wat gebrouwen wordt in een potje met het opschrift ”heteronomie”. De oven wordt gestookt met ”Noodlot” en ”Spinoza”, in een grote kolf worden filosofieboeken gestookt met als resultaat het kantianisme dat hier de naam ”abracadabra” krijgt.
Een man loopt tevreden met in zijn linkerhand een fles met opschrift ”voor den vermaakbaren mensch”, op de voorgrond een jongen met een recept: ”voorschrift tot bereiden van stof voor aestetische wezens”: het is duidelijk dat ook hier de onbegrijpelijkheid van de nieuwe filosofie uit Koningsbergen belachelijk gemaakt wordt.
De hype die het kantianisme veroorzaakt wordt ook hier toch getoond: de winkel is vol, men is druk bezig en al snapt men het niet: het bedrijf is in vol bedrijf. De jongen met het recept zit echter voor een graf, de doodskist staat al klaar: veel vertrouwen heeft men er niet in dat het kantianisme een volwassen voet op Neerlands grond zal kunnen zetten.

De prent is niet gedateerd, gezien de overeenkomsten met de eerder genoemde ets en de boodschap die ook hier uitgedragen wordt, acht ik de kans vrij groot dat deze uit 1800-1805 stamt.

 

INSPIRATIEDAG

Inspiratiedag voor startende leraren op 8 oktober

Woensdag 8 oktober 2014 van 10.00-17.00 uur in de ‘klas van de toekomst’ van het Koning Willem I college,  Den Bosch

Voor wie?

Deze dag wordt georganiseerd als onderdeel van het Lerarencongres en is speciaal bedoeld voor de startende docenten; voor alle leraren uit het basisonderwijs, voortgezet onderwijs, middelbaar beroepsonderwijs en speciaal onderwijs, die minder dan vier jaar werkzaam zijn in het onderwijs. Het Lerarencongres en de inspiratiedag zijn beiden gratis.

Wat biedt deze dag je als startende leraar?

Leer kijken over de grenzen van jouw eigen school, hoor wat er allemaal gebeurt in onderwijsland, laat je inspireren door verschillende sprekers op het Lerarencongres, deel je ervaringen met zowel zeer ervaren docenten als met andere starters, haal praktijktips op en ervaar wat passie is op een plek speciaal voor startende leraren. Het programma wordt georganiseerd en geleid door zeer ervaren leraren, leraren die ooit Leraar van het Jaar zijn geweest in het basisonderwijs, voortgezet onderwijs, middelbaar beroepsonderwijs en speciaal onderwijs en zich verenigd hebben in de LerarenKamer. Het programma wordt tweemaal uitgevoerd, ’s ochtends van 10:00 tot 12:00 en ’s middags van 13:30 – 15:30 uur. Dit geeft deelnemers de ruimte om ook bij andere activiteiten van het Lerarencongres aanwezig te zijn.

Aanmelden kan via het aanmeldingsformulier van Het Lerarencongres op 8 oktober.

Programma

10.00/13.30 uur Jan Verweij

Jan Verweij, Leraar van het Jaar 2012, vertelt een inspirerend verhaal  over werken in het onderwijs en gaat in gesprek met de zaal.

10.30/14.00 uur Lessen in Passie

In gesprek met leraren van het jaar over passie voor lesgeven

11.15/14.45 uur Dialoogtafels

Onder leiding van (ex-)leraren van het jaar met collega-startende-leraren in gesprek over o.a.:

  • Gedragsregulatie
  • Contact met ouders en oudergesprekken
  • Klassenmanagement
  • Positie in het team en de relatie met mijn leidinggevende
  • Differentiatie
  • Begeleiding en ondersteuning bij het starten
  • Werkdruk/werkplezier

12:00/15.30 uur Einde

Deelnemers kunnen het andere dagdeel mee doen aan het programma van het Lerarencongres.

Project Bovenschoolse Inductie en de LerarenKamer

Leraar worden is niet eenvoudig. Leraren doen er zo’n vijf jaar over om na hun opleiding zich het beroep geheel eigen te maken en pas na vijftien jaar zitten ze op hun top. Een (veel te) groot deel van de startende leraren valt voor die tijd al af en kiest – soms gedesillusioneerd – voor een ander beroep. Een goede begeleiding binnen de eigen school is daarom hard nodig. Minstens zo belangrijk is de bovenschoolse begeleiding, de zogeheten ‘inductie in het onderwijs’. Op verzoek van minister Bussemaker is De LerarenKamer gestart met een begeleidingsproject voor startende leraren. Het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap financiert het project. De Inspiratiedag is een van de activiteiten van het project. Op 9 april 2014 vond de eerste inspiratiedag voor startende docenten plaats. Een verslag hiervan vindt u hier: …………..

interview KLANK

INTERVIEW KLANK

klank

Wat voor soort muziek staat er in je platenkast?
Eigenlijk van alles; ik ben bang dat ik niet echt de ware muziekkenner ben hoor: muziek link ik vaak aan sfeer, aan gebeurtenissen, aan belevenissen. Muziek is voor mij vaak een middel, niet een doel. Ik zie hier naast me BLØF naast SINATRA en SATIE naast PUCCINI staan: het lijkt wel een juke-box!

Op wat voor momenten luister je naar klassieke muziek? (en bv tijdens wat voor bezigheden, tijdens wat voor stemming oid)
Wisselend natuurlijk; de opzwepende muziek tijdens het spinnen (ABBA) is een heel andere dan de muziek die ik speel tijdens een avondje rustig lezen, tv uit, gordijnen dicht en muziek aan. Speciaal vind ik ook het zappen: zoals je voor een boekenkast kunt staan en een stukje hieruit en dan een stukje daaruit kunt lezen, zap ik soms door mijn muziek, kris-kras door tijden en stijlen heen.

Wat voor instrumenten of formaties hebben je voorkeur? Heb je favoriete muziekstuk(ken)?
Eigenlijk zang. Vraag je naar mijn voorkeur voor de mooiste muziek, dan is het opera, natuurlijk DON GIOVANNI op nummer 1, maar ook de opera’s van Verdi en (vooral) Puccini kunnen me beroeren. Opera’s boeien me zo omdat ze alles uitvergroten: emoties gaan meteen recht de hemel in of juist naar de diepste krochten van de menselijke ziel (componisten zijn wel altijd vrouwonvriendelijk, want of ze nou Madama Butterfly, Violetta of Gilda heten: dood gaan ze): Oscar Wilde gaf niet voor niets als definitie van een opera ‘een toneelstuk waarin de bariton met de sopraan naar bed wil, maar waarin op het einde de tenor met haar gaat lopen’; liefde op het scherpst van de snede!
Mijn favoriete muziekstuk – ach, dat komt ook omdat we dat hebben gedraaid op de begrafenis van mijn moeder – is O Divine Redeemer en dan gezongen door Kiri Te Kanawa. Als ik dat hoor, gaat de hemel een beetje open. Volgens mij is de muziek ook de enige kunstvorm die het tussenstation van interpretatie niet nodig heeft: zij is het mest direct!

Bezoek je wel eens een concert? (waar bv) Kun je een herinnering beschrijven aan een concert dat je bijzonder vond?
Ja vaak. Ben niet alleen gevoelig voor de muziek, maar ook voor de plaatsen waar die gemaakt wordt: operagebouwen bezoeken vind ik ook van muziek genieten. Zo zag ik in Palermo het operagebouw en hoor dan Cavalleria Rusticana (en zie dan The Godfather III); muziek is denk ik meer een totaaltheater voor mij, inclusief beelden en herinneringen en sfeer. En Sting in Ahoy: prachtig!

Hoe ben je met klassieke muziek in aanraking gekomen?
Niet van huis uit hoor. Dat is langzaam gegroeid. Een vriend raadde mij aan ‘op te klimmen’: eerst de eerste symphonieen of bijvoorbeeld pianoconcerten, dan pas de latere. Componisten groeien in een eigen stijl, de oudste werken zijn daarom het makkelijkst (en ook nodig om de weg te zien). Ik probeer dat overigens ook weleens met jazz, maar daar lukt het me niet.
Bovendien: als filosofie-student bestudeer je uiteraard Nietzsche; hij was een groot bewonderaar van Wagner (of verliefd op diens vrouw Cosima) en zag in die muziek de vervolmaking van zijn ideeën: dat wilde ik wel eens meemaken!
Nu draai ik voor mijn leerlingen en studenten Wagner als ik de herenmoraal van Nietzsche wil duidelijk maken!

Wat betekent klassieke muziek voor jou?
Ja, toch de herinnering, de sfeer, maar eigenlijk is muziek het zout: zoals dat de smaak versterkt van eten, versterkt muziek het gevoel dat ik dan heb: uitgelaten of ingetogen, vrolijk of wat serieuzer. Nee, ik ben absoluut geen muziekkenner, kan niet als ik vrolijk ben naar Satie luisteren of als ik moe ben naar Mozart: ik trek eigenlijk aan waar ik me op dat moment prettig in voel.

Marielle de Putter.

 

Data socratische gesprekken

De volgende data zijn weer socratische gesprekken gepland:

·         21 september 2014
·         16 november 2014
·         28 februari 2015
·         19 april 2015

Onderwerpen zijn o.a. vergeving, vriendschap en geluk.
Plaats: boekhandel Gianotten / Mutsaers, Tilburg, 10.15 – 12.00 uur.

socrates