Advies onderwijs2032

Platform Onderwijs2032: een voorstel Versie def. 30-9-2015 In een teksballonnetje: Wat vindt u van dit voorstel? Geef uw mening op www.onsonderwijs2032.nl Platform Onderwijs2032 buigt zich over de toekomst van het onderwijs Welke kennis en vaardigheden moeten leerlingen in het primair en het voortgezet onderwijs leren om klaar te zijn voor hun toekomst? Met die vraag lanceerde staatssecretaris Sander Dekker (Onderwijs, Cultuur en Wetenschap) in november 2014 een nationale brainstormsessie over de toekomst van het basisonderwijs en het voortgezet onderwijs in Nederland. Duizenden tweets en veel ideeën verder begon in februari 2015 een nieuwe fase. De staatssecretaris riep het Platform Onderwijs2032 in het leven, dat een advies over het onderwijs aan het kabinet moet gaan uitbrengen. Het Platform, onder leiding van Paul Schnabel, verbreedde en verdiepte de maatschappelijk dialoog. Leerlingen, leraren, ouders, bestuurders, wetenschappers, vertegenwoordigers van maatschappelijke en culturele organisaties en het bedrijfsleven hebben hun stem laten horen en zijn met elkaar en het Platform in gesprek gegaan. Het Platform ontving meer dan 300 pleidooien, manifesten, wetenschappelijke stukken en gespreksverslagen. De Platformleden legden hun oor te luisteren tijdens inspiratiesessies, onderwijsdagen en festivals. De dialoog heeft veel waardevolle informatie opgeleverd, van algemeen tot specifiek over bepaalde thema’s. Het laat zien dat er in hoofdlijnen een gedeeld beeld bestaat over datgene wat belangrijk is voor toekomstgericht onderwijs. Invoegen infographic dialoog, link naar analyse en tijdlijn Op basis van de bijdragen aan de dialoog is het Platform begonnen een hoofdlijn voor het kabinetsadvies uit te werken. Daartoe baseert het zich, behalve op het Nederlandse onderwijs, ook op wetenschappelijke inzichten en inspirerende voorbeelden uit andere landen, waaronder Schotland, Finland, Noorwegen en Engeland. De contouren van het advies zijn inmiddels zichtbaar en worden in dit document geschetst. Het Platform Onderwijs2032 legt zijn schets in oktober voor aan leraren, leerlingen, schoolleiders, ouders, bestuurders, werkgevers en culturele en maatschappelijke organisaties die het Nederlandse onderwijs een warm hart toedragen. Het nodigt hen uit op zijn voorstel te reageren en mee te denken over de vragen die het nog heeft. Het voorstel is breed geformuleerd voor het basisonderwijs en het voortgezet onderwijs. De Platformleden gaan de komende weken in gesprek met scholen, zowel in het speciaal onderwijs en het basisonderwijs als het voortgezet en het vervolgonderwijs, over wat het voorstel in de praktijk zou betekenen. Na die consultatieronde werkt het Platform zijn advies verder uit. Het beoogde eindresultaat is een doordachte en gedragen visie op een toekomstgerichte en inspirerende inhoud van het primair en het voortgezet onderwijs, die het Platform eind dit jaar aan de staatssecretaris zal aanbieden. Een structureel veranderende samenleving: consequenties voor het onderwijs De (informatie)technologische revolutie verandert de samenleving ingrijpend en structureel. In de laatste 25 jaar heeft de informatisering zo’n hoge vlucht genomen dat ze voor een belangrijk deel het leven van jongeren bepaalt. Vandaag de dag is informatie voor iedereen op elk moment en overal beschikbaar. In een samenleving met een overweldigend informatieaanbod en steeds minder traditioneel houvast, bijvoorbeeld in de vorm van een godsdienst, zijn mensen voor de waarden waarop ze zich baseren steeds meer op zichzelf en elkaar aangewezen. De manier van werken verandert en door verdergaande technologisering zullen veel banen verdwijnen, zeker niet alleen de routinematige. Ambachtelijk werk, werk dat is gebaseerd op selectie en combinatie van informatie en werk dat grotendeels drijft op de interactie tussen mensen zullen blijven bestaan, evenals werk dat minder scholing vereist. De genoemde veranderingen beïnvloeden nu al de samenleving waar jongeren in opgroeien, maar de invloed die ze hebben op de maatschappij waarvan die jongeren als volwassenen deel zullen uitmaken, wordt alleen maar groter. Het is zaak jongeren daar goed op voor te bereiden. Dat gebeurt thuis, maar ook op school en op andere plaatsen waar ze leren, zoals de kinderopvang, sportverenigingen en culturele instellingen. Het huidige onderwijs is van hoge kwaliteit, maar zal nog sterker op de geschetste veranderingen moeten inspelen. Op dit moment ligt de nadruk in het onderwijs op kennisoverdracht en worden voornamelijk cognitieve prestaties gewaardeerd. In de toekomst blijft kennisoverdracht belangrijk, maar zal die meer in balans moeten worden gebracht met de twee andere hoofddoelen van het onderwijs: persoonlijke ontwikkeling en voorbereiding op deelname aan de maatschappij. Het Platform heeft de uitdrukkelijke opdracht gekregen zich over de balans tussen de drie hoofddoelen uit te spreken. Leraren zullen hun leerlingen op een motiverende manier moeten uitdagen zich te ontwikkelen tot flexibele, verantwoordelijke en sociale burgers. Ook zullen ze hen moeten voorbereiden op een leven waarin ze permanent zullen blijven leren. De maatschappelijke veranderingen vragen daarom. De oogst van de maatschappelijke dialoog: kenmerken van het onderwijs van de toekomst De deelnemers aan de maatschappelijke dialoog zijn het in grote lijnen eens over de kenmerken van toekomstgericht onderwijs. Die kenmerken komen ook naar voren in vernieuwingstrajecten van het onderwijs in bijvoorbeeld Schotland, Finland, Noorwegen, en Engeland. Daarnaast komen ze telkens naar voren in wetenschappelijke literatuur over het onderwijs. Onderwijs prikkelt creativiteit en nieuwsgierigheid, leerlingen leren zich blijvend te ontwikkelen De globaliserende maatschappij brengt vraagstukken met zich mee op het terrein van bijvoorbeeld migratie en duurzaamheid. Die vragen om innovatieve oplossingen uit verschillende vakgebieden. Het is belangrijk dat burgers weten hoe ze nieuwe informatie tot zich kunnen nemen en hoe ze die in wisselende situaties kunnen toepassen. Dat is van belang in een wereld met steeds sterkere internationale concurrentie. De vaardigheden die leerlingen daarvoor nodig hebben, leren ze voor een belangrijke gedeelte op school. Onderwijs dat de creativiteit en de nieuwsgierigheid van leerlingen prikkelt, helpt toekomstige burgers binnen en buiten bestaande kaders te leren denken en werken. Leerlingen leren omgaan met vrijheid en verantwoordelijkheid en over de grenzen heen te kijken De culturele diversiteit in de samenleving wordt steeds groter. Tegelijk is sprake van individualisering: burgers ontlenen hun identiteit steeds minder aan hun godsdienst. Op welke waarden baseren ze hun doen en denken? Het onderwijs van de toekomst besteedt niet alleen aandacht aan de waarden van de Nederlandse samenleving en het voortbestaan van de rechtsstaat. Het brengt leerlingen ook sociale vaardigheden bij, evenals kennis van en begrip voor andere culturen. In het toekomstige onderwijs ligt de nadruk meer dan nu op leren deelnemen aan de democratische samenleving en respect voor elkaar hebben. Leerlingen leren de kansen van de digitale wereld te benutten Toekomstbestendig onderwijs maakt leerlingen digitaal vaardig en ‘mediawijs’. Dat is nodig, want ze leven in een wereld waarin nieuwe technologieën en digitale informatie van grote invloed zijn op het persoonlijke en werkende leven van iedereen. Hoe kun je nieuwe technologische diensten en producten het beste benutten? Hoe kun je digitale informatie duiden en verwerken? En hoe ga je goed om met (digitale) media en beelden? Het is van belang leerlingen samen met leraren op zoek te laten gaan naar de antwoorden op dergelijke vragen. Het onderwijs biedt maatwerk en is relevant Het onderwijs van de toekomst stimuleert leerlingen vragen over zichzelf te stellen en zich verder te ontplooien. Het onderwijs heeft daarin een belangrijke emanciperende functie: voor een deel van de jongeren is de school de enige plaats waar ze gericht de kwaliteiten kunnen ontwikkelen die nodig zijn om deel te kunnen nemen aan de toekomstige maatschappij. Het onderwijs van de toekomst prikkelt alle leerlingen om hun capaciteiten niet alleen cognitief in te zetten, maar ook creatief en fysiek. Leraren helpen leerlingen – in aanvulling op wat ze thuis en in hun vrije tijd al doen – te ontdekken waar ze goed in zijn en wat ze leuk vinden. Zo krijgen leerlingen meer mogelijkheden om wat ze leren in te vullen op een manier die bij ze past. Leerlingen willen ook graag onderwijs dat past bij hun belevingswereld en bij actuele vraagstukken. Dat motiveert ze meer om te leren. Het bereidt ze voor op vervolgopleidingen of beroepen met een gevarieerd aanbod dat aansluit bij hun persoonlijke mogelijkheden en interesses. Vaardig, waardig en aardig Het Platform Onderwijs2032 onderschrijft de bovenstaande kenmerken. Om ze een plek in het Nederlandse onderwijs te geven, moet dat onderwijs naar de mening van het Platform anders worden ingevuld. Dan kan het leerlingen begeleiden in hun ontwikkeling tot zelfstandige volwassenen die behalve vaardig ook waardig en aardig zijn, voor zichzelf en voor hun omgeving. Het Platform pleit voor samenhangend onderwijs waarin leerlingen een solide gemeenschappelijke basis krijgen, die ze op grond van hun persoonlijke capaciteiten en interesses verdiepen en verbreden. Toekomstgericht onderwijs biedt scholen de flexibiliteit om hun aanbod zo in te richten dat het past bij hun leerlingen en onderwijsvisie, hun wijk en regio, en om het aanbod van organisaties en professionals buiten de school optimaal te benutten. Het Platform stelt onderwijs voor waarin leerlingen in het primair en voortgezet onderwijs:  werken aan hun persoonlijke ontwikkeling,  een vaste kern van basiskennis en -vaardigheden leren,  die kennis en vaardigheden verdiepen of verbreden op basis van eigen mogelijkheden en interesses,  vakoverstijgend leren denken en werken. Persoonlijke ontwikkeling als centraal uitgangspunt voor het onderwijs Persoonlijke kwaliteiten zijn en worden steeds belangrijker, zowel privé als op het werk. Het Platform beschouwt de school van de toekomst – in het verlengde van wat kinderen en jongeren thuis en buiten school leren – als een oefenplaats om die kwaliteiten te ontwikkelen. De school helpt ze te ontdekken wie ze zijn, wat ze belangrijk vinden en hoe ze zich tot anderen verhouden. Leerlingen leren zelfstandig keuzes maken, waarbij ze rekening houden met anderen en hun omgeving. Ze worden weerbaar, krijgen zelfvertrouwen en leren dat het plezierig is om samen met anderen tot een mooi resultaat te komen. De school stimuleert de nieuwsgierigheid en de creativiteit van leerlingen en leert ze ondernemend en flexibel te zijn. Daarbij vindt het Platform beweging en expressie (denk aan muziek maken, toneelspelen, tekenen, handvaardigheid en filmen) van groot belang: ze dragen bij aan groeps- en persoonsvorming en leren leerlingen hun eigen fysieke mogelijkheden te kennen. Fysieke activiteit bevordert bovendien de gezondheid en het functioneren van de hersenen. Ook het leren bewegen als vaardigheid blijft van belang. Het Platform vindt het belangrijk dat leerlingen zich breed ontwikkelen. Zo ontdekken ze wat ze nodig hebben om goed voor zichzelf te kunnen zorgen. Ze leren niet alleen met hun hoofd, maar ook met hun handen. Het Platform stelt voor persoonlijke ontwikkeling in het hele onderwijsaanbod van de school gestalte te geven, maar ook in de vorm van onderdelen als filosofie, levensbeschouwing, sport, kunst en cultuur en loopbaanoriëntatie. De persoonlijke ontwikkeling van leerlingen bepaalt de manier waarop scholen onderwijs aanbieden. Het basisonderwijs en het speciaal onderwijs hebben daar al ervaring mee. In het voortgezet onderwijs is het vanwege de bestaande vakkenstructuur moeilijker van de grond te krijgen. Het Platform gaat de komende weken graag het gesprek aan over de vraag hoe persoonsvorming gestalte kan krijgen in de inhoud van het primair en het voortgezet onderwijs. Een vaste basis voor iedere leerling, beperkt tot de kern Om deel te kunnen nemen aan de samenleving heeft iedere leerling een basis aan kennis en vaardigheden nodig. Die basis verschaft hem of haar de benodigde kennis van de wereld. In het onderwijs van de toekomst blijven taal, rekenen en wiskunde van groot belang. Het Platform vindt dat ook Engels en digitale vaardigheden een plek in de basis moeten krijgen. Daarnaast krijgt burgerschap wat het Platform betreft een prominentere rol. Taalvaardigheid en rekenvaardigheid Het aanleren van taal en rekenen (inclusief wiskunde) blijft wat het Platform betreft ook in de toekomst van groot belang. Scholen zullen meer aandacht besteden aan de praktische toepassingen ervan. Leerlingen leren bijvoorbeeld een sollicitatiebrief schrijven, met geld omgaan en grafieken begrijpen. Als het gaat om taalvaardigheid, zijn creatief schrijven, presenteren en met plezier lezen belangrijk. Rekenen en wiskunde bieden leerlingen een basis om logisch te redeneren en om te gaan met getallen en verhoudingen, verhoudingen en basale statistiek. Engels is onmisbaar om toegang te krijgen tot de wereld. Het Platform vindt daarom dat leerlingen er in groep 1 van de basisschool mee moeten beginnen. Op die leeftijd leren ze gemakkelijk een tweede taal. Bovendien gaat hun algemene taalvaardigheid er daardoor op vooruit. Basisscholen die op dit moment al in de onderbouw Engels geven, en dat zijn er steeds meer, hebben daar goede ervaringen mee. Het Platform vindt het belangrijk dat de inhoud van het vak Engels op de basisschool goed aansluit op die van het voortgezet onderwijs. Daarvoor is het nodig vast te leggen wat basisschoolleerlingen aan het einde van groep 8 moeten kennen en kunnen. Het Platform is van mening dat Engels in deze vorm tot de kern van het onderwijs behoort en dat scholen een tweede moderne vreemde taal, zoals Frans, Duits of Spaans, niet voor iedereen verplicht hoeven aan te bieden. Het leren van een tweede (en derde) vreemde taal kan wel een zeer waardevol keuzeonderdeel zijn. Ze moeten zich daar dan wel serieus in verdiepen; het gaat niet om een oriënterende kennismaking. Digitale vaardigheid Leerlingen groeien op in een digitaal tijdperk en maken gemakkelijk gebruik van nieuwe (sociale) media. Daarmee spreekt het niet vanzelf dat ze weten hoe ze informatie van internet het beste kunnen verzamelen en duiden. Ook overzien ze niet altijd de gevaren en de marketingtechnieken van de online wereld. Het Platform acht het van groot belang dat leerlingen kennis hebben van nieuwe technologieën en weten hoe ze die kunnen inzetten. Daarom horen digitale vaardigheden thuis in de vaste kern van het onderwijs. Het gaat daarbij om mediawijsheid en het vinden, verwerken en creëren van digitale informatie (tekst en beeld), maar ook om het kunnen toepassen van technologieën om antwoorden op vragen te krijgen (zogeheten computational thinking). Er zijn al scholen in het primair- en het voortgezet onderwijs die hun leerlingen digitale vaardigheden bijbrengen, maar het is belangrijk die nog nadrukkelijker bij leerlingen te ontwikkelen. Maatschappelijke en sociale vaardigheid Burgerschap moet een prominentere positie in de vaste kern krijgen, vindt het Platform. Dat betekent meer aandacht voor sociale vaardigheden, vooral het tonen van respect voor anderen. Daarnaast dient het onderwijs leerlingen meer kennis van de rechtsstaat, democratische waarden en mensenrechten bij te brengen. Ze krijgen een beeld van de werking van de samenleving in hun wijk, regio, land en in de wereld. Ook krijgen ze inzicht in de manieren waarop ze daaraan kunnen bijdragen. In een cultureel diverse samenleving, waarin het belang van traditionele verbanden is teruggedrongen, is het nodig dat het onderwijs daar meer aandacht aan besteedt. Op dit moment doen Nederlandse scholen, in vergelijking met scholen in andere landen, relatief weinig aan burgerschap. Ze zijn verplicht er aandacht aan te besteden, maar het blijkt lastig om burgerschap in de praktijk goed in te vullen. Het Platform vindt het daarom belangrijk dat de overheid de kern ervan concreet beschrijft. Scholen krijgen daarmee houvast en weten waaraan ze moeten voldoen. Ze kunnen er vervolgens zelf een invulling aan geven die past bij hun visie op onderwijs. Kennis van de wereld: meer van minder In de visie van het Platform biedt de school van de toekomst leerlingen essentiële kennis en vaardigheden die ze kunnen gebruiken om de wereld om hen heen te begrijpen en mede gestalte te geven. Die basis hebben ze nodig om te leren hoe ze nieuwe informatie tot zich kunnen nemen en die in uiteenlopende situaties op een verantwoordelijke manier kunnen toepassen. Toekomstgericht onderwijs biedt leerlingen een vaste kern van essentiële kennis over drie ‘domeinen’: natuur & technologie, mens & maatschappij en taal & cultuur. De domeinen zijn – naast de bovenstaande kennis en vaardigheden – het uitgangspunt om te beschrijven wat leerlingen in de kern moeten leren. Voor de ontwikkeling van het leervermogen is het belangrijk dat leerlingen de kennis over de domeinen op een diepgaande manier krijgen aangeleerd: niet van alles een beetje, maar meer van minder. De gemeenschappelijke kern van de domeinen moet goed worden afgebakend en vastgelegd. Zo krijgen leerlingen, leraren en ouders een duidelijk beeld van wat er hoe dan ook bij hen op school aan de orde moet komen. Dat biedt scholen de mogelijkheid de kern te verdiepen op een manier die bij ieder van hun leerlingen past. Bij het vaststellen van de kern gaat het wat het Platform betreft enerzijds om ‘cultuurdragende’ kennis, waarlangs de Nederlandse geschiedenis en identiteit van de ene op de generatie worden overgedragen. Anderzijds gaat het om kennis waarin de toekomst voorop staat: leerlingen leren iets niet alleen maar omdat het historisch zo is gegroeid, maar omdat het voor de toekomst van belang wordt geacht. Dat heeft als consequentie dat onderdelen kunnen worden geschrapt die in de huidige leermethodes vanzelf spreken. Te denken valt aan de hoeveelheid topografische, historische en natuurwetenschappelijke feitenkennis die leerlingen momenteel aangeleerd krijgen. Het Platform vindt dat leerlingen de vaste kern van kennis en vaardigheden op verschillende niveaus moeten kunnen afronden. In het onderwijs van de toekomst is nadrukkelijk ruimte voor differentiatie en maatwerk. Het Platform verkent de komende periode wat dat betekent voor het speciaal onderwijs, het basisonderwijs en het voortgezet onderwijs. Het is van belang de kern daadwerkelijk af te bakenen. Dat is gemakkelijker gezegd dan gedaan. Het Platform gaat de komende weken graag in gesprek over vragen als: Hoe bepaal je de kern van de onderwijsinhoud? Welk deel van de onderwijstijd zou aan de kern moeten worden besteed? Valt daarbij onderscheid te maken tussen het primair en het voortgezet onderwijs? Samenhangend aanbod: kennis en vaardigheden doorbreken grenzen tussen vakken Het Platform vindt het van groot belang om kennis zowel in het primair als het voortgezet onderwijs van de toekomst meer interdisciplinair aan te bieden dan nu het geval is en te koppelen aan het aanleren van vakoverstijgende vaardigheden. Op die manier leren leerlingen hoe ze kennis uit verschillende vakdisciplines kunnen toepassen om vraagstukken op te lossen. Ook leren ze zo nieuwe kennis tot zich te nemen, iets te maken, te onderzoeken, samen te werken en te communiceren. De klassieke indeling in vakken staat wat het Platform betreft niet meer centraal. Het vindt dat maatschappelijke thema’s en de ontwikkeling en de vragen van de leerlingen het vertrekpunt moeten vormen, al zullen sommige onderdelen (ook) apart aangeboden moeten worden. De drie domeinen aan essentiële kennis – natuur & technologie, mens & maatschappij en taal & cultuur – zullen bestaan uit interdisciplinaire thema’s die over de grenzen van de bestaande vakken heen gaan. Die thema’s zijn herkenbaar voor leerlingen, wat hun betrokkenheid en motivatie vergroot. Te denken valt aan ‘een duurzame wereld’ (mens & maatschappij), ‘gezondheid en ziekte’ (natuur & technologie) en ‘communiceren in een democratische samenleving’ (taal & cultuur). De thema’s garanderen een samenhangend onderwijsaanbod, met een soepele aansluiting van het basisonderwijs op het voortgezet onderwijs. In de thema’s komen kennis en vaardigheden samen uit de verschillende vakken zoals het onderwijs die nu kent. Dat spoort leerlingen aan zelf de grenzen tussen de huidige vakken te doorbreken. Het onderwijs van de toekomst motiveert leerlingen bovendien hun kennis te gebruiken om, samen met anderen, creatieve oplossingen voor bepaalde vraagstukken te bedenken. De leraar prikkelt ze om kritisch na te denken over de informatie die ze tot zich nemen en over de manier waarop ze hun kennis kunnen verdiepen en kunnen toepassen. Dat kan in diverse vormen, soms in de klassieke vakkenstructuur, en vaker dan nu in een aanbod met vakoverstijgende thema’s en projecten. In het primair onderwijs wordt al meer in domeinen en met samenhangend aanbod gewerkt. In het voortgezet onderwijs heeft een beperkter aantal scholen er goede ervaringen mee. Voorbeeld Het keuzevak Natuur, Leven en Technologie (NLT) (havo/vwo) combineert inzichten uit aardrijkskunde, biologie, natuurkunde, scheikunde en wiskunde tot een samenhangend geheel. Leerlingen leren er bijvoorbeeld over waterzuivering en het produceren van voedingsmiddelen. De samenhang is belangrijk: leerlingen leren daardoor het verband te leggen tussen wat ze leren op school en wat er gebeurt in de wereld om hen heen. De aard van het vak NLT vraagt om een afwisseling in toetsingsvormen. Het Platform gaat de komende weken graag in discussie over de invulling van een samenhangend onderwijsaanbod. Welke thema’s zouden in de domeinen centraal moeten staan? Wat hoeft niet aan de orde te komen? Het Platform hoort ook graag goede voorbeelden van scholen die er al in zijn geslaagd een vakoverstijgend aanbod in te vullen. Ruim baan voor ambitieuze verdieping en verbreding per school en per leerling De hierboven geschetste kern van kennis en vaardigheden bevat de essentie van datgene wat leerlingen moeten kennen en kunnen om in de maatschappij te kunnen functioneren. Doordat die kern samenhang vertoont en duidelijk is afgebakend, krijgen scholen en leerlingen ruimte voor verdieping en verbreding. Die moeten een impuls geven aan de inzet en de motivatie van leerlingen: hun vragen, nieuwsgierigheid, capaciteiten en interesses zullen een belangrijke leidraad vormen bij het leren. Leerlingen die meer tijd nodig hebben om zich de kern aan basiskennis en -vaardigheden eigen te maken, krijgen die ook. Wie minder tijd nodig heeft, kan er sneller doorheen en krijgt extra ruimte voor verdieping en verbreding. Die flexibiliteit zorgt ervoor dat de onderwijsloopbaan van de leerlingen beter aansluit op hun mogelijkheden. In het onderwijs van de toekomst laten scholen leerlingen kiezen uit specialisaties zoals beroepsgerichte vakken, moderne vreemde talen of informatica. Ze kunnen hun leerlingen ook op een praktische manier helpen aan de maatschappij deel te nemen. Ze kunnen bijvoorbeeld praktijkprojecten opzetten of in samenwerking met een mbo of hbo beroepsgericht onderwijs verzorgen. In het vmbo zijn al van die samenwerkingsverbanden te zien, die interessant zijn voor de havo en het vwo. In de bovenbouw van het voortgezet onderwijs verdiepen leerlingen hun kennis en vaardigheden met het oog op een vervolgopleiding, zodat de aansluiting goed verloopt. Dat kan door te kiezen voor vakgerichte verdieping van onderdelen uit de kern en uit vakoverstijgende specialisaties, zoals het voorbeeld van het vak Natuur, Leven en Technologie. Een van de vragen waar het Platform de komende weken graag een antwoord op krijgt, is hoe de kwaliteit van de verdieping en verbreding geborgd kan worden, zodat de aansluiting op het vervolgonderwijs goed verloopt. Het Platform gaat erover in gesprek met het vervolgonderwijs. In de manier waarop scholen hun aanbod straks zullen gaan verdiepen en verbreden, krijgen ze wat het Platform betreft veel keuzevrijheid. In een samenleving waarin leerlingen niet meer alleen op school leren, is het van belang dat scholen structureler de samenwerking met andere partijen aangaan. Voorbeelden zijn maatschappelijke en culturele instellingen, het bedrijfsleven en sportclubs. Als scholen daarmee samenwerken, ontstaat een stimulerende leeromgeving voor leerlingen. Die ondersteunt de leraren bovendien, omdat ze gebruik kunnen maken van de expertise en de mogelijkheden buiten de school. Scholen kunnen, vindt het Platform, ook meer dan nu met elkaar samenwerken om tot een interessant onderwijsaanbod te komen. De school van de toekomst maakt optimaal gebruik van de groeiende mogelijkheden van technologie, niet als doel, wel als middel. Daardoor wordt gevarieerd onderwijs op maat mogelijk. Nieuwe technologieën bieden leerlingen de mogelijkheid in eigen tempo en op eigen niveau een eigen portfolio te ontwikkelen en buiten de school te leren. Zo krijgen ze meer grip op hun eigen leerloopbaan, wat hen meer motiveert om te blijven leren. Het eigenaarschap van scholen versterkt Het Platform vindt het belangrijk dat scholen en leraren de flexibiliteit krijgen om keuzes te maken die passen bij hun profiel en hun visie. Het is belangrijk dat ze de verantwoordelijkheid nemen om een interessant en verdiepend aanbod voor hun leerlingen te verzorgen. Veel scholen doen dat al, maar willen andere scholen dat goede voorbeeld volgen, dan moet er nog veel gebeuren. Het lesmateriaal en de toetsings- en examendruk die scholen ervaren, bepalen te veel de vrije ruimte die ze op dit moment hebben. Scholen gebruiken de vrijheid van onderwijs nog te weinig om samenwerking tussen vakgebieden te zoeken, eigen inhoudelijke keuzes te maken en leerlingen verdieping op maat aan te bieden. Om dat te doorbreken, wordt wat het Platform betreft duidelijker omschreven wat voor scholen verplichte en niet-verplichte leerstof is. Niet alleen toetsen wat meetbaar is, ook wat ‘merkbaar’ is Bij een andere balans in de hoofddoelen van het onderwijs past volgens het Platform een eigentijdse manier van toetsen en examineren. Het vindt dat toetsen en examens moeten worden afgestemd op de kenmerken van het toekomstige onderwijs. Vormen van centrale examinering zullen van belang blijven, zodat leerlingen blijven voldoen aan de eisen van het vervolgonderwijs. Maar soms zijn vaardigheden alleen ‘merkbaar’ in plaats van meetbaar, bijvoorbeeld als het gaat om de ervaringen die leerlingen hebben opgedaan, de betrokkenheid en de verantwoordelijkheid die ze hebben getoond en het zelfvertrouwen dat ze hebben ontwikkeld. Dergelijke kwaliteiten moeten op een andere manier worden beoordeeld en gewaardeerd, ook in het toezicht op het onderwijs. Het Platform hecht waarde aan een andere balans tussen centrale examinering en schoolexaminering en verkent mogelijkheden voor afronding op maat. Het Platform buigt zich de komende weken over de vraag hoe de toetsing vorm kan krijgen en gaat daarover in gesprek met de organisaties die toetsen en examens ontwikkelen. Het Platform is benieuwd of er scholen zijn die ervaring hebben met manieren om leerlingen te laten zien wat ze op school leren, ook als het gaat om het merkbare. Voorwaarden om toekomstgericht onderwijs mogelijk te maken Het Platform is van mening dat leraren een stevige rol moeten spelen bij de uitwerking van de voorgestelde visie. Ze zullen in samenwerking met hun schoolleiding meer zelf de regie over de onderwijsinhoud krijgen en daar met hun lerarenteam vorm aan geven. Daartoe reikt de overheid ze duidelijke kaders aan waarbinnen ze hun onderwijs kunnen uitwerken. Er is naar de mening van het Platform echter meer nodig om dit voorstel werkelijkheid te laten worden. Het gaat niet alleen om andere accenten in de toetsing en het toezicht, maar ook om tijd en faciliteiten voor de professionalisering van leraren. Een visie die de nieuwsgierigheid en de leergierigheid van leerlingen nadrukkelijk als vertrekpunt van het onderwijs neemt, vraagt om leergierige leraren en scholen die lerende organisaties zijn. Lerarenteams moeten in staat worden gesteld zogeheten curriculair leiderschap te ontwikkelen. Dat vraagt om professionele contacten binnen en buiten de school. Daarnaast zal het onderwijsbeleid op een meer samenhangende manier gestalte moeten krijgen. Deze visie vormt het uitgangspunt voor beleidsontwikkeling en voor afstemming tussen iedereen die bij de inhoud van het onderwijs betrokken is: leraren, schoolleiders, politiek en beleidsmakers, uitgevers, toetsontwikkelaars en de inspectie. Het voorstel ligt er. Hoe nu verder? Dit document bevat de hoofdlijn die het Platform Onderwijs2032 voor ogen staat. Het Platform wil met zijn uiteindelijke visie een inspirerend perspectief bieden. Het gaat om een visie op nationaal niveau. Met bestaande én nieuwe ingrediënten kunnen scholen die vertalen naar hun eigen visie en schoolplan, waarin ze naar eigen inzicht een samenhangend en passend onderwijsaanbod creëren. Voor sommige scholen zal dat betekenen dat ze gestimuleerd worden verder te gaan op een eerder ingeslagen weg. Voor andere scholen betekent het een impuls om veranderingen in gang te zetten. In oktober gaat het Platform met scholen, leraren, ouders en leerlingen in gesprek over deze hoofdlijn. Ook andere betrokkenen, zoals maatschappelijke en culturele organisaties en werkgevers, krijgen de mogelijkheid te reageren. Sommige vragen die daarin een rol spelen, zijn in de cursieve passages van dit voorstel vervat. Het Platform gaat er ook over in gesprek met partijen die een rol spelen in het scheppen van noodzakelijke randvoorwaarden, onder andere op het gebied van toetsen en examineren, toezicht, opleiden en lesmateriaal. Het Platform vult de hoofdlijn daarna verder in op basis van de eerder verkregen inbreng en de nieuwe reacties. Op basis van al die bijdragen werkt het Platform het voorstel uit tot een definitief advies, dat het aan het einde van dit jaar aan het kabinet zal aanbieden

Reacties zijn gesloten.